Handgeschreven brief/verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift. (Linksboven in de kantlijn:)
m.i. Insp.
Mijne Heeren
Daar mijn
plaats op het Water-
looplein Jodenmarkt
is ingetrokken zou
ik graag willen dat
u dat zou herroepen
en nu ik nu weer kan_
dat heb om uit te
stallen en geregeld
de markt kan bezoeken
in afwachting op een
gunstig antwoord
Blijf ik Hoogachtend
Th de Groot
(Linksonder, omcirkeld:)
30 De brief is een formeel maar sober geformuleerd verzoek gericht aan de marktautoriteiten ("Mijne Heeren"). De afzender, Th. de Groot, verzoekt om de intrekking van zijn of haar standplaats op het Waterlooplein ongedaan te maken ("te herroepen").
De tekst suggereert dat de standplaats eerder was afgenomen, waarschijnlijk vanwege afwezigheid. De schrijver benadrukt nu weer in staat te zijn om goederen "uit te stallen" en de markt "geregeld" te bezoeken. Het handschrift is vlot en de grammatica is enigszins informeel ("dat heb om uit te stallen"), wat duidt op een praktische schrijver, mogelijk een marktkoopman die zelf zijn correspondentie voerde. De notitie "m.i. Insp." (mijner inziens Inspecteur) in de kantlijn is waarschijnlijk een ambtelijke krabbel die diende als advies voor de verdere afhandeling. De markt op het Waterlooplein in Amsterdam is historisch gezien een van de belangrijkste markten van de stad. Vanwege de ligging in de toenmalige Joodse buurt werd de markt in de volksmond en vaak ook in officiële stukken de "Jodenmarkt" genoemd.
Marktvergunningen waren strikt gereguleerd; wanneer een koopman gedurende een bepaalde periode zijn plek niet bezette (bijvoorbeeld door ziekte of gebrek aan handel), kon de gemeente de vergunning intrekken om de plek aan een ander toe te wijzen. Brieven zoals deze geven een inkijkje in de persoonlijke strijd van individuele handelaren om hun bron van inkomsten te behouden of terug te krijgen binnen het ambtelijke apparaat van de vroege 20e eeuw.