Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 26 maart 1942. Mevr. R. Theeboom - Goudsmit, Amstellaan 46, Amsterdam Z. Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. No $\frac{33}{3/1}$ M. 1942 $\frac{30}{3}$
Amsterdam, 26 Mrt. 1942.
Den Weledgeb. Heer Directeur v. h. Marktwezen
Jan van Galenstraat
Alhier.
m.v. map [in potlood]
Geachte Heer,
Daar mijn man geruimen tijd ziek was en in het ziekenhuis lag was het mij niet mogelijk de markt te bezoeken. Gister is mijn man weer uit het ziekenhuis gekomen, doch is nog zodanig zwak en hulp behoevend, dat ik zeker nog een maand gedwongen ben thuis te blijven. Ik verzoek U dan ook mij nog een maand uitstel van het bezoeken van de markt te willen geven, zonder dat mijn voorkeurskaart wordt ingetrokken.
Uw bericht gaarne wachtend, waarvoor bij voorbaat mijn dank.
Hoogachtend,
R.Theeboom G.
Mevr. R. Theeboom - Goudsmit
Amstellaan 46
Amsterdam Z.
606 Westerstraat? [in potlood] In deze brief verzoekt mevrouw R. Theeboom-Goudsmit de directeur van het Amsterdamse Marktwezen om een maand uitstel voor haar verplichte aanwezigheid op de markt. Ze voert als reden aan dat haar echtgenoot na een langdurig verblijf in het ziekenhuis pas net is thuisgekomen en nog steeds intensieve zorg nodig heeft. Ze is bezorgd dat haar 'voorkeurskaart' (een vergunning of bewijs voor een vaste standplaats op de markt) zal worden ingetrokken als zij haar plek niet bezet. De brief is zakelijk maar dringend van toon. De brief dateert van maart 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd. De namen 'Theeboom' en 'Goudsmit' zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Ook de Amstellaan (de huidige Vrijheidslaan) lag in een buurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden.
Voor Joodse markthandelaren was deze periode precair: zij werden door anti-Joodse maatregelen steeds verder uit het openbare leven en de economie verdrongen. Vanaf eind 1941 waren er al specifieke markten voor Joden ingesteld en mochten zij niet meer op de reguliere markten staan. Het behouden van een 'voorkeurskaart' of vergunning was essentieel voor het levensonderhoud, maar werd hen door de bezetter steeds moeilijker gemaakt. De potloodnotitie '606 Westerstraat?' onderaan suggereert mogelijk de locatie van haar standplaats.