Administratief bijblad/notitie op een voorgedrukt formulier van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Administratief bijblad/notitie op een voorgedrukt formulier van de gemeente Amsterdam. Maart en april 1942. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/3/1 1942
DOORGEZONDEN: 30/3-'42.
[Handgeschreven tekst boven]
Heeft voorkeursplaats no 334 251
H. Theeboom staat thans voor
geen der markten ingeschreven.
m.i. roepen voor het geven
van nadere inlichtingen.
31/3 '42
de Haan [?]
[Handgeschreven tekst midden]
10/4 '42 - [paraaf]
M.i. bestaat er geen bezwaar om
genoemde Theeboom toe te staan, om
nog gedurende vier weken een
plaats in te nemen op de markt
in de Gaaspstraat.
10-4-42
de Haan
[Handgeschreven tekst onder, deels in rood]
33/3/2 17
17/4/42 188
Acc.
modelhuisje
een maand
uitstel
HD 15/4 '42
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een ambtelijke afhandeling rondom de marktvergunning van een zekere H. Theeboom.
- De initiële status (31 maart 1942): Ambtenaar De Haan stelt vast dat Theeboom weliswaar een 'voorkeursplaats' (no. 334) heeft, maar momenteel voor geen enkele markt staat ingeschreven. Hij stelt voor om de persoon op te roepen voor nadere inlichtingen.
- De besluitvorming (10 april 1942): Tien dagen later rapporteert De Haan dat er geen bezwaar is om Theeboom nog vier weken lang een plaats te laten innemen op de markt in de Gaaspstraat.
- De uiteindelijke goedkeuring (15 april 1942): Onder de initialen 'HD' wordt akkoord gegaan met een maand uitstel voor een zogenaamd "modelhuisje" (waarschijnlijk een specifiek type marktkraam of demonstratiehuisje).
De naam "Theeboom" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. De datum (1942) en de locatie (Gaaspstraat) zijn cruciaal voor de duiding. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd en beperkt in hun economische vrijheid.
Vanaf november 1941 mochten Joodse marktkooplieden niet meer op de reguliere markten staan. De bezetter wees drie specifieke locaties aan waar uitsluitend Joodse handelaren en Joodse klanten mochten komen: het Waterlooplein, de Joubertstraat en de Gaaspstraat.
Het document illustreert de bureaucratische controle over deze Joodse markten. Terwijl de vervolging in hevigheid toenam (de deportaties naar kamp Westerbork begonnen in de zomer van 1942), hield de gemeentelijke administratie zich nog strikt bezig met het al dan niet verlenen van tijdelijke uitstelperiodes voor individuele marktplaatsen en specifieke stallen (het 'modelhuisje'). Voor veel Joodse handelaren was de markt in de Gaaspstraat hun laatste bron van inkomsten voordat zij door de bezetter uit het economische leven werden gestoten. De Haan (Ambtenaar) H. Theeboom M. No Gemeente Amsterdam