Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 407
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief/Besluit (doorslag van een uitgaand schrijven).

17 april 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Aan: Mw. K. Theeboom-Goudsmit, Amstellaan 46, Amsterdam-Zuid (Wijk 22A).

Origineel

Brief/Besluit (doorslag van een uitgaand schrijven). 17 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Mw. K. Theeboom-Goudsmit, Amstellaan 46, Amsterdam-Zuid (Wijk 22A). [Handgeschreven, boven:] verzonden 17/4
[Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
[Handgeschreven, rechtsboven:] HG.

[Getypt:]
Mw.K.Theeboom-Goudsmit,
Amstellaan 46,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22A.

33/3/2 M. 17 April 1942.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Maart jl. verleen ik
U hierbij gedurende een maand na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig een plaats op de markt aan de Gaaspstraat
te bezetten.

De Directeur,

[Handgeschreven paraaf/aantekening onderaan, deels onleesbaar:]
V. [onleesbaar]
overboeken [onleesbaar] Dit document is een officiële administratieve mededeling aan mevrouw Keetje Theeboom-Goudsmit. Zij heeft op 26 maart 1942 verzocht om (tijdelijk) ontheven te worden van haar plicht om haar standplaats op de markt in de Gaaspstraat te bemannen. De directeur van de betreffende dienst willigt dit verzoek in voor de duur van één maand, ingaande op de datum van de brief.

In de marktverordeningen van die tijd was het gebruikelijk dat een koopman of -vrouw de toegewezen plek persoonlijk en regelmatig moest bezetten op straffe van het verliezen van de vergunning. Dit document bevestigt dat zij haar rechten op de plek voorlopig behoudt zonder er fysiek aanwezig te hoeven zijn. De datum (april 1942) en de locatie (Gaaspstraat) geven dit document een beladen historische lading. In november 1941 stelden de Duitse bezetters in Amsterdam drie specifieke "Joodse markten" in, waar alleen Joden mochten kopen en verkopen. De markt aan de Gaaspstraat in Amsterdam-Zuid was een van deze markten.

Mevrouw K. Theeboom-Goudsmit was een Joodse marktkoopvrouw. De Amstellaan (tegenwoordig de Vrijheidslaan) in Amsterdam-Zuid kende in die jaren een grote Joodse populatie. Dat zij in maart 1942 om uitstel van haar verplichtingen vroeg, kan wijzen op gezondheidsproblemen, maar moet ook gezien worden in het licht van de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen en de dreiging van deportatie die in die periode de Joodse gemeenschap lamlegde. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Keetje Theeboom-Goudsmit de oorlog niet heeft overleefd; zij werd later gedeporteerd en vermoord in Sobibor.

Samenvatting

Dit document is een officiële administratieve mededeling aan mevrouw Keetje Theeboom-Goudsmit. Zij heeft op 26 maart 1942 verzocht om (tijdelijk) ontheven te worden van haar plicht om haar standplaats op de markt in de Gaaspstraat te bemannen. De directeur van de betreffende dienst willigt dit verzoek in voor de duur van één maand, ingaande op de datum van de brief.

In de marktverordeningen van die tijd was het gebruikelijk dat een koopman of -vrouw de toegewezen plek persoonlijk en regelmatig moest bezetten op straffe van het verliezen van de vergunning. Dit document bevestigt dat zij haar rechten op de plek voorlopig behoudt zonder er fysiek aanwezig te hoeven zijn.

Historische Context

De datum (april 1942) en de locatie (Gaaspstraat) geven dit document een beladen historische lading. In november 1941 stelden de Duitse bezetters in Amsterdam drie specifieke "Joodse markten" in, waar alleen Joden mochten kopen en verkopen. De markt aan de Gaaspstraat in Amsterdam-Zuid was een van deze markten.

Mevrouw K. Theeboom-Goudsmit was een Joodse marktkoopvrouw. De Amstellaan (tegenwoordig de Vrijheidslaan) in Amsterdam-Zuid kende in die jaren een grote Joodse populatie. Dat zij in maart 1942 om uitstel van haar verplichtingen vroeg, kan wijzen op gezondheidsproblemen, maar moet ook gezien worden in het licht van de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen en de dreiging van deportatie die in die periode de Joodse gemeenschap lamlegde. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Keetje Theeboom-Goudsmit de oorlog niet heeft overleefd; zij werd later gedeporteerd en vermoord in Sobibor.

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6