Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 28 september 1942. W. v. de Steeg. Directeur van de afdeling Marktwezen, Amsterdam (gezien de kanttekeningen). [Bovenzijde, rechts, potlood/inkt:]
mr. bedrijfschef
Directeur
afd marktwezen [geparafeerd]
[Stempel linksboven:]
Nº 37/111/1
[Paars stempel midden boven:]
M. 1942 30/9
[Tekstbrief:]
Amsterdam 28 september
ondergeteekende verzoekt beleefd
uw aandacht voor het volgende
Met dit schrijven wilde ik beleefd
verzoeken om in aanmerking
te mogen komen van een vergunning
voor de centrale markt te mogen
komen met mijn paard en wagen
voor het vervoeren van groente
groente en fruit daar voor
enkele groentewinkels groente
en fruit naar de winkel rijd
maar daar ik nog geen vergunning
heb is het voor die menschen lastig
daar ze dan zelf moeten laden
en dewijl ze zelf komen en
betalen moeten ook vaak in
de rij staan was gemakkelijk
als ik zelf kon laden en daar
ik daar op t oogenblik daar
mede mijn boterham mede verdien
is dat voor mij en mijn gezin van
groot belang hoopende dat ik er voor
in aanmerking mag komen
zoo vlij ik mij met een hoe
gunstig antwoord uwer zijde
teken ik mij in afwachting
Hoogachtend W. v de Steeg.
[In de linkermarge:]
Stalling
van ostadestraat telf 56420
Wanewd
Jan Steenstraat
32 II
Amsterdam De brief is een formeel verzoek van een transporteur (mogelijk een kleine zelfstandige of 'voerman') aan de Amsterdamse dienst van het Marktwezen. De schrijver, W. v. de Steeg, verzoekt om een toegangsbewijs voor de Centrale Markthallen met zijn paard en wagen.
Zijn argumentatie is tweeledig:
1. Dienstverlening: Hij stelt dat het voor de winkeliers (zijn klanten) efficiënter is als hij de goederen voor hen laadt en vervoert, omdat zij nu zelf tijd verliezen door in de rij te staan en zelf te laden.
2. Economische noodzaak: Hij benadrukt dat dit werk zijn bron van inkomsten is ("mijn boterham mede verdien") en essentieel is voor het onderhoud van zijn gezin.
De schrijfstijl is die van iemand die probeert zeer formeel en beleefd te zijn ("ondergeteekende verzoekt beleefd", "zoo vlij ik mij"), maar de taal bevat kleine grammaticale onvolkomenheden en een mengeling van oude en lossere spelling (bijv. "dewijl", "vlij" in plaats van "verblijf"). Het document dateert van september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.
In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en strikte regulering. Het gebruik van paard en wagen was cruciaal, aangezien gemotoriseerd vervoer door brandstoftekorten en vorderingen door de bezetter steeds zeldzamer werd. De bureaucratische afhandeling, zichtbaar door de diverse stempels en de doorsturing naar de "bedrijfschef", toont aan hoe streng de toegang tot voedselbronnen en handelslocaties werd gecontroleerd. De persoonlijke noodkreet over het "verdienen van de boterham" moet gezien worden tegen de achtergrond van de economische malaise en de dreiging van werkloosheid of tewerkstelling tijdens de oorlogsjaren. Marktwezen