Ambbtelijke brief / voordracht (doorslag van een getypt document).
Origineel
Ambbtelijke brief / voordracht (doorslag van een getypt document). 10 januari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). (Handgeschreven, rechtsboven:) Inspecteur
(Handgeschreven over de typering 'HG.':) Verzonden 12/1
HG.
39/3/1 M.
10 Januari 1942.
Intrekking standplaats-
vergunningen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onderstaande vergunninghouders blijven ondanks her-
haalde aanmaningen in gebreke hun schuld te voldoen, weshalve
ik de eer heb U voor te stellen de op hen betrekking hebbende
beschikkingen te doen intrekken.
De Directeur,
| Naam en adres | Vergunningsnummer |
|---|---|
| M.Aronson, Vrolikstraat 130 II | no.1007 L.M.1940 |
| Chr.L.J.Berkhout, Hoofdweg 132 III | no.764 L.M.1939 |
| L.Brandse, Vespuccistraat 88 I | no.764 L.M.1939 |
| D.Espinoza, Nwe Kerkstraat 19 hs | no.764 L.M.1939 |
| H.N.Dijkstra, 2e J.v.Campenstraat 76 I | no.764 L.M.1939 |
| W.F.Koedijk, Celebesstraat 39 I | no.5/172 L.M.1941 |
| A.Kroon, J.v.Lennepkade 160 hs | no.5/71 L.M.1941 |
| D.Poortvliet, Nic.Beetsstraat 52 hs | no.764 L.M.1939 |
| G.J.Rozeboom, Mercatorstraat 9 III | no.764 L.M.1939 |
| H.Wiersma, Nic.Beetsstraat 103 II | no.764 L.M.1939 |
| G.Zwaaf-Pront, Louis Bothastraat 32 II | no.764 L.M.1939 |
| * Terminologie: "L.M." in de kolom met nummers staat zeer waarschijnlijk voor "Levensmiddelen-Markt". De adressen bevinden zich allemaal in Amsterdam (o.a. Oud-West, Oost en de Pijp). | |
| * Administratieve sporen: De handgeschreven notitie "Verzonden 12/1" (12 januari) geeft aan dat de brief twee dagen na datering daadwerkelijk is verstuurd of verwerkt. * Historische periode: De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de druk op de bevolking toe en werden distributie- en marktregels strikt gehandhaafd. | |
| * Uitsluiting: Hoewel de brief spreekt van "schuld voldoen", is de context van de Jodenvervolging hier relevant. Verschillende namen op de lijst (zoals Aronson, Espinoza en Zwaaf-Pront) zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig geweerd van reguliere markten en gedwongen naar speciale "Joodse markten". Het onmogelijk maken van handel drijven leidde vaak tot schulden, wat vervolgens een bureaucratische grondslag bood om vergunningen definitief in te trekken. Dit document kan dus worden gezien als een schakel in het proces van economische onteigening en uitsluiting van Joodse burgers tijdens de oorlog. |