Administratieve fiche/bijblad (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve fiche/bijblad (Algemene Zaken Model No. 14). 30 januari 1942 tot 11 april 1942. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 39/15/1 1942
DOORGEZONDEN: 30/1-142.
[Handgeschreven tekst boven/midden]
H. Wiersma
vraagt standplaats met
bloemen op Amstelveensche-
weg.
Dagelijks, beh. 's Maandags v.a. 9
uur v.m.
30/1-142 [paraf]
[Handgeschreven tekst middenrechts]
Geen schuld. (standpl.)
Ventverg. 3/172 '41/'42
Bloemen en planten Zuid
[Handtekening/Paraf: Sottum?]
[Handgeschreven tekst linkerzijde, potlood/lichte inkt]
geappr. W.L.M.
"geen bezwaar"
[Handgeschreven tekst in rode inkt]
11/4 '42 [paraf]
[Gedrukte tekst onderrand]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve kaart van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen of Algemene Zaken) betreffende een aanvraag voor een ventvergunning of standplaats.
De aanvrager, H. Wiersma, verzoekt om een vaste plek op de Amstelveenscheweg om bloemen te verkopen. De gewenste tijden zijn dagelijks vanaf 9:00 uur 's ochtends, met uitzondering van de maandagen.
Uit de aantekeningen blijkt dat de administratieve afhandeling als volgt verliep:
1. 30 januari 1942: De aanvraag wordt geregistreerd en doorgezonden.
2. Er wordt gecontroleerd of er nog openstaande schulden zijn met betrekking tot eerdere standplaatsen ("Geen schuld").
3. Er wordt verwezen naar een bestaande ventvergunning uit de periode '41/'42 (nummer 3/172) voor de sector "Zuid".
4. De aanvraag krijgt de opmerking "geen bezwaar" en wordt geaccordeerd ("geappr.") door een ambtenaar met de initialen W.L.M.
5. 11 april 1942: De definitieve afhandeling of goedkeuring wordt met rode inkt gemarkeerd. Het document dateert uit het voorjaar van 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogstijd ging de reguliere gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam grotendeels door.
De Amstelveenscheweg was (en is) een belangrijke invalsweg in Amsterdam-Zuid. Voor straathandel zoals de verkoop van bloemen en planten was een strikte vergunning ("Ventvergunning") nodig. De verwijzing naar "Zuid" duidt op de indeling van de stad in inspectiegebieden voor markt- en straathandel. Dergelijke fiches werden gebruikt om de wildgroei aan straathandel te beperken en te zorgen dat de verschuldigde gelden voor de standplaatsen werden geïnd. H. Wiersma M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een administratieve kaart van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen of Algemene Zaken) betreffende een aanvraag voor een ventvergunning of standplaats.
De aanvrager, H. Wiersma, verzoekt om een vaste plek op de Amstelveenscheweg om bloemen te verkopen. De gewenste tijden zijn dagelijks vanaf 9:00 uur 's ochtends, met uitzondering van de maandagen.
Uit de aantekeningen blijkt dat de administratieve afhandeling als volgt verliep:
1. 30 januari 1942: De aanvraag wordt geregistreerd en doorgezonden.
2. Er wordt gecontroleerd of er nog openstaande schulden zijn met betrekking tot eerdere standplaatsen ("Geen schuld").
3. Er wordt verwezen naar een bestaande ventvergunning uit de periode '41/'42 (nummer 3/172) voor de sector "Zuid".
4. De aanvraag krijgt de opmerking "geen bezwaar" en wordt geaccordeerd ("geappr.") door een ambtenaar met de initialen W.L.M.
5. 11 april 1942: De definitieve afhandeling of goedkeuring wordt met rode inkt gemarkeerd.
Historische Context
Het document dateert uit het voorjaar van 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogstijd ging de reguliere gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam grotendeels door.
De Amstelveenscheweg was (en is) een belangrijke invalsweg in Amsterdam-Zuid. Voor straathandel zoals de verkoop van bloemen en planten was een strikte vergunning ("Ventvergunning") nodig. De verwijzing naar "Zuid" duidt op de indeling van de stad in inspectiegebieden voor markt- en straathandel. Dergelijke fiches werden gebruikt om de wildgroei aan straathandel te beperken en te zorgen dat de verschuldigde gelden voor de standplaatsen werden geïnd.