Ambtsbrief/Memorandum.
Origineel
Ambtsbrief/Memorandum. 23 februari 1942 (verzonden op 24 februari 1942). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde afdeling van de gemeente Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 24/2
[Getypt:]
HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
39/22/1 M. 23 Februari 1942.
Intrekking standplaats-
vergunningen.
Onderstaande vergunninghouders blijven ondanks herhaalde
aanmaningen in gebreke hun schuld te voldoen, weshalve ik de eer heb
U voor te stellen de op hen betrekking hebbende beschikkingen te
doen intrekken.
De Directeur,
J.P.Meyer, Insulindeweg 59 hs No.764 L.M.3939
P.v.d.Reyden, Louis Bothastraat 1 III No.5/145 L.M.3941 In deze brief verzoekt een directeur (waarschijnlijk van de Amsterdamse marktdienst) aan de wethouder voor Levensmiddelen om de marktvergunningen van twee specifieke personen in te trekken. De reden hiervoor is een betalingsachterstand ("in gebreke hun schuld te voldoen") die ondanks meerdere aanmaningen niet is voldaan.
Het document bevat specifieke administratieve details:
* J.P. Meyer, wonende aan de Insulindeweg 59 huis, Amsterdam. Dossiernummer No.764 L.M.3939.
* P. v.d. Reyden, wonende aan de Louis Bothastraat 1 drie-hoog, Amsterdam. Dossiernummer No.5/145 L.M.3941.
De zakelijke toon is kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd. De afkorting "HG." rechtsboven staat mogelijk voor "Hoogedelgestrenge", een gebruikelijke aanhef voor een wethouder. Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de distributie van levensmiddelen en de regulering van markten een cruciale en streng gecontroleerde taak van de gemeente, vallend onder de wethouder voor Levensmiddelen.
Hoewel de brief een louter administratieve reden geeft voor de intrekking (schuld), is de context van 1942 van belang. In deze periode werden Joodse marktkooplieden stelselmatig uit het economische leven geweerd door middel van Duitse verordeningen. De Insulindeweg en de Louis Bothastraat liggen in Amsterdam-Oost (de Indische buurt en de Transvaalbuurt), wijken die destijds een grote Joodse bevolking kenden. Onderzoek in archieven zoals het Joods Monument zou kunnen uitwijzen of J.P. Meyer slachtoffer was van de Jodenvervolging, waarbij financiële "schulden" of onmogelijkheid tot betalen soms een gevolg waren van eerdere beperkende maatregelen.