Administratief bijblad/notitie op een voorgedrukte kaart (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/notitie op een voorgedrukte kaart (Algemene Zaken Model No. 14). 27 januari 1942 (stempel) tot 13 maart 1942 (handgeschreven notities). Linkerbovenhoek (stempel en pen):
39/23/3-42
BIJBLAD VAN:
M. No. 10/3/6 1942
DOORGEZONDEN: 16/1 -142 (doorgehaald)
26/1 -142
Hoofdtekst (handgeschreven):
De Vries.
afhandelen nu is beslist, dat Joodsche stpl. houders hun stpl. kunnen doen overschrijven naar 'Joodsch' kwartier; voor restitutie is nu vooralsnog geen aanleiding.
[Paraaf] 6/3 '42
m i oproepen. tot het geven van nadere inlichtingen.
Rechterzijde (stempel):
27 JAN. 1942
Midden/Onder (diverse handgeschreven notities):
vrager [?] 12/3 '42
afgedaan B 12/3 '42
[omcirkeld:] rep map
Even beslissing afwachten zie dezen brief
W. v. M.
[Paraaf]
B[...] 13/3 - '42 [Paraaf]
Linkerbenedenhoek (drukwerk):
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve instructie betreffende de uitvoering van anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland. De kern van de tekst ("afhandelen nu is beslist...") geeft aan dat Joodse standplaatshouders (marktkooplieden) hun vergunning moeten overschrijven naar het 'Joodsch kwartier'. Dit duidt op de gedwongen segregatie van de handel.
Opvallend is de expliciete vermelding dat er "vooralsnog geen aanleiding" is voor restitutie. Dit suggereert dat Joodse ondernemers die door de maatregelen hun nering verloren of moesten verplaatsen, geen financiële compensatie hoefden te verwachten van de overheid.
De verschillende data en parafen laten zien hoe het dossier door de ambtelijke molen ging tussen januari en maart 1942. De term "stpl. houders" is een afkorting voor standplaatshouders. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joden stapsgewijs uit het openbare en economische leven verdreven. In 1941 en 1942 vaardigde de bezetter, vaak in samenwerking met het lokale bestuur, verordeningen uit die Joodse marktkooplieden verboden om op reguliere markten te staan.
In Amsterdam werden zij gedwongen zich te concentreren op specifieke "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Afrikanerplein) binnen de aangewezen Joodse wijken. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische afhandeling van deze uitsluiting, waarbij de nadruk lag op de administratieve verwerking ("overschrijven") en het beperken van financiële claims (geen restitutie). De datum maart 1942 is saillant: dit was slechts enkele maanden voordat de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen begonnen.