Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 april 1942. Jacob van Cleef. Afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam (gelet op de inhoud en de archiefstempels). J. v. Cleef
Vaalrivierstraat 16
A’dam, 26 April 1942
L.S.
Bijgaand doe ik U toekomen
1° Omslag voor standplaatsverg. 1007
2° vergunning N°: 1007 afgegeven d.d. 9-5-1941
3° Voorkeurskaart N°: 95 afgegeven d.d. 11/2-1942
Aangezien door mij ingevolge genomen besluit geen standplaats aan het Vespucciplein mag worden ingenomen sinds vorig jaar en doch bij vergissing op 10 Januari j.l. f 12.- hiervoor werd betaald verzoek ik U beleefd het door mij te veel betaalde te willen restitueren.
Tevens gaat hierbij Voorkeurskaart N°: 95 aangezien ik geen gebruik hiervan kan maken, wegens plaatsing in de W.V.
[Aantekening bovenaan in blauw potlood]: Mr. Müller
[Stempel onderaan]: N° 39/23/5 M. 1942 28/4 Deze brief is een zakelijke correspondentie van een marktkoopman die zijn officiële papieren (vergunning en voorkeurskaart) inlevert en teveel betaalde gelden terugvraagt. De auteur, Jacob van Cleef, geeft aan dat hij zijn standplaats op het Vespucciplein in Amsterdam niet meer mag gebruiken vanwege een "genomen besluit".
De meest significante passage staat aan het eind: de reden waarom hij zijn voorkeurskaart inlevert, is zijn "plaatsing in de W.V.". In de context van april 1942 staat "W.V." vrijwel zeker voor Werkverschaffing. Vanaf het begin van dat jaar werden Joodse mannen via de Joodse Raad opgeroepen voor dwangarbeid in werkkampen binnen Nederland, wat een prelude was op de deportaties naar de vernietigingskampen.
Het document toont de bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joden uit het economische leven: de koopman probeert zijn financiële zaken nog correct af te wikkelen terwijl hij feitelijk al uit de maatschappij wordt weggevoerd. Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Jacob van Cleef (1913-1943) was een Joodse Amsterdammer. Sinds september 1941 waren Joden door de bezetter verboden om op reguliere markten te staan; zij mochten hun handel alleen nog drijven op speciaal aangewezen Joodse markten. Dit verklaart waarom hij zijn plek op het Vespucciplein moest opgeven.
De naam "Mr. Müller" bovenaan de brief verwijst naar J.H. Müller, destijds de waarnemend directeur van de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De Vaalrivierstraat lag in de Transvaalbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de "Joodse wijk".
Uit historische bronnen (Joods Monument) blijkt dat Jacob van Cleef op 2 juli 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Deze brief markeert een van de laatste momenten van zijn burgerlijk bestaan in Amsterdam voordat hij via de werkkampen en Westerbork werd gedeporteerd. L.S. Gemeente Amsterdam Marktwezen