Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 93
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

26 juni 1942.

Origineel

Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 26 juni 1942. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
№ 39/23/10 M. 1942 $\frac{60}{7}$
No.223 L.M.1942.

[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw.

[Rechtsmidden, getypt:]
Restitutie standplaatsgeld
Joodsche standplaatshouders.

[Rechtsboven, handgeschreven parafen:]
m.i. Dir.
H. Muller (E)

[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag 26 Juni 1942.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen d.d. 17 Juni 1942, No.39/23/9 M;

B e s l u i t :

op gronden van billijkheid restitutie van standplaatsgeld te verleenen aan Joodsche standplaatshouders, die het verschuldigde standplaatsgeld bij vooruitbetaling hebben voldaan of te veel hebben betaald en wier vergunningen op 13 Januari j.l. zijn ingetrokken.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).

[Linksonder:]
AC

[Rechtsonder:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN

[Rechtsonder in de hoek, handgeschreven:]
39 Dit document is een formeel besluit van de (collaboreerde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, om reeds betaald staangeld terug te geven aan Joodse markthandelaren.

De kern van het besluit is:
* Doelgroep: Joodse standplaatshouders wiens vergunning per 13 januari 1942 werd ingetrokken.
* Actie: Restitutie van vooruitbetaalde gelden.
* Rechtvaardiging: "Op gronden van billijkheid" (omdat zij betaald hadden voor een periode waarin zij niet meer mochten werken).

Het document toont de bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joden uit het economische leven. Terwijl de Joodse bevolking systematisch werd beroofd en gediscrimineerd, hield de Amsterdamse bureaucratie zich in dit specifieke geval nog aan de regels van administratieve correctheid wat betreft reeds betaalde leges. De datum van dit document, 26 juni 1942, is historisch zeer saillant. Het is slechts enkele weken voordat de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen begonnen (de eerste trein uit Westerbork vertrok op 15 juli 1942).

De in de tekst genoemde datum van 13 januari 1942, waarop de vergunningen werden ingetrokken, markeert het moment waarop Joden definitief van de markten werden geweerd door de Duitse bezetter. Dit was een van de vele stappen in de "entjudung" (ontjoding) van de Nederlandse economie.

Hoewel de term "billijkheid" wordt gebruikt, moet dit worden gezien in het licht van een regime dat bezig was met een totale onteigening en uiteindelijke vernietiging van de Joodse gemeenschap. De ondertekenaar, J.F. Franken, was de gemeentesecretaris die gedurende de gehele bezettingsperiode aanbleef. De burgemeester destijds was de door de Duitsers benoemde Edward Voûte, die na de oorlog werd veroordeeld voor zijn rol tijdens de bezetting.

Samenvatting

Dit document is een formeel besluit van de (collaboreerde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, om reeds betaald staangeld terug te geven aan Joodse markthandelaren.

De kern van het besluit is:
* Doelgroep: Joodse standplaatshouders wiens vergunning per 13 januari 1942 werd ingetrokken.
* Actie: Restitutie van vooruitbetaalde gelden.
* Rechtvaardiging: "Op gronden van billijkheid" (omdat zij betaald hadden voor een periode waarin zij niet meer mochten werken).

Het document toont de bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joden uit het economische leven. Terwijl de Joodse bevolking systematisch werd beroofd en gediscrimineerd, hield de Amsterdamse bureaucratie zich in dit specifieke geval nog aan de regels van administratieve correctheid wat betreft reeds betaalde leges.

Historische Context

De datum van dit document, 26 juni 1942, is historisch zeer saillant. Het is slechts enkele weken voordat de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen begonnen (de eerste trein uit Westerbork vertrok op 15 juli 1942).

De in de tekst genoemde datum van 13 januari 1942, waarop de vergunningen werden ingetrokken, markeert het moment waarop Joden definitief van de markten werden geweerd door de Duitse bezetter. Dit was een van de vele stappen in de "entjudung" (ontjoding) van de Nederlandse economie.

Hoewel de term "billijkheid" wordt gebruikt, moet dit worden gezien in het licht van een regime dat bezig was met een totale onteigening en uiteindelijke vernietiging van de Joodse gemeenschap. De ondertekenaar, J.F. Franken, was de gemeentesecretaris die gedurende de gehele bezettingsperiode aanbleef. De burgemeester destijds was de door de Duitsers benoemde Edward Voûte, die na de oorlog werd veroordeeld voor zijn rol tijdens de bezetting.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6