Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 139
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.

Gedagtekend 12 mei 1942 (stempel), met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942.

Origineel

Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. Gedagtekend 12 mei 1942 (stempel), met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942. [Handgeschreven linksboven:] 39/65/117
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.

[Wapen van Amsterdam]

[Handgeschreven rechtsboven:] [Onleesbaar, mogelijk 'MW'] / H. M[...]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan

Benjamin Santen,

geboren 20 Juli 1910, wonende Fannius Scholtenstraat 86 II, bij beschikking d.d. 1 October 1941, No.5/153 L.M. -1941- verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van fruit op den openbaren weg

A. den rijweg van de Blasiusstraat tegenover perceel 148
B. den rijweg van de Blasiusstraat tegenover perceel 131

bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

[Initialen linksonder de tekst:] VM

Amsterdam, [Stempel: 12 MEI 1942] 1942.

De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Het document is een formeel besluit tot intrekking van een marktvergunning tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de pro-Duitse Edward J. Voûte. De intrekking betreft twee standplaatsen in de Blasiusstraat (Oosterparkbuurt) voor Benjamin Santen.

Opvallend is dat de intrekking op 12 mei 1942 wordt bekrachtigd, maar met terugwerkende kracht ingaat op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve afhandeling van een feitelijke situatie die al eerder was ontstaan. De reden voor de intrekking wordt niet expliciet vermeld in de tekst, wat gebruikelijk was bij dergelijke ambtelijke afschriften, maar de context van de tijd en de naam van de betrokkene zijn veelzeggend. Dit document moet worden gezien in het licht van de anti-Joodse maatregelen die tijdens de bezetting door het Amsterdamse gemeentebestuur werden uitgevoerd. Vanaf 1941 werden Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven geweerd.

In november 1941 werd een verordening van kracht die het Joden verbood om nog langer handel te drijven op openbare markten en standplaatsen, tenzij op specifiek aangewezen "Joodse markten". Benjamin Santen was van Joodse afkomst. De intrekking van zijn vergunning in de Blasiusstraat (gelegen in een buurt met veel Joodse inwoners, maar geen aangewezen Joodse marktlocatie op dat moment) paste in het beleid om Joodse ondernemers hun middelen van bestaan te ontnemen. De datum van januari 1942 in de terugwerkende kracht komt overeen met de periode waarin de definitieve uitsluiting van Joden van de reguliere markthandel werd voltooid.

Samenvatting

Het document is een formeel besluit tot intrekking van een marktvergunning tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de pro-Duitse Edward J. Voûte. De intrekking betreft twee standplaatsen in de Blasiusstraat (Oosterparkbuurt) voor Benjamin Santen.

Opvallend is dat de intrekking op 12 mei 1942 wordt bekrachtigd, maar met terugwerkende kracht ingaat op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve afhandeling van een feitelijke situatie die al eerder was ontstaan. De reden voor de intrekking wordt niet expliciet vermeld in de tekst, wat gebruikelijk was bij dergelijke ambtelijke afschriften, maar de context van de tijd en de naam van de betrokkene zijn veelzeggend.

Historische Context

Dit document moet worden gezien in het licht van de anti-Joodse maatregelen die tijdens de bezetting door het Amsterdamse gemeentebestuur werden uitgevoerd. Vanaf 1941 werden Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven geweerd.

In november 1941 werd een verordening van kracht die het Joden verbood om nog langer handel te drijven op openbare markten en standplaatsen, tenzij op specifiek aangewezen "Joodse markten". Benjamin Santen was van Joodse afkomst. De intrekking van zijn vergunning in de Blasiusstraat (gelegen in een buurt met veel Joodse inwoners, maar geen aangewezen Joodse marktlocatie op dat moment) paste in het beleid om Joodse ondernemers hun middelen van bestaan te ontnemen. De datum van januari 1942 in de terugwerkende kracht komt overeen met de periode waarin de definitieve uitsluiting van Joden van de reguliere markthandel werd voltooid.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6