Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, handgeschreven:] No 39/65/121
[Gedrukt:] Afschrift
No. 223 L. M. 1942.
[Midden boven, stempel:] M. 1942 [handgeschreven:] 28/5
[Wapen van de Gemeente Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven paraaf en klein rond stempel]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Meyer Polak,
geboren 3 September 1896, wonende Krugerstraat 11 II bij beschikking
d.d. 7 Mei 1940, No. 764 L.M. -1939- verleende vergunning tot het
innemen van een vaste standplaats ten verkoop van fruit op den open-
baren weg, het verhoogde voetpad van de Mauritskade, nabij de brug
over de Singelgracht, voor het Weesperplein, bij deze, gerekend te
zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, [paars stempel:] 12 MEI 1942 1942.
De Burgemeester voornoemd,
[paars stempel/getypt:] (get) Voûte
de Gemeentesecretaris,
[paars stempel/getypt:] (get) J. F. FRANKEN
[Linksonder:] K 350 Het document is een formeel afschrift van een administratief besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de beschikking is de intrekking van een marktvergunning die Meyer Polak op 7 mei 1940 — enkele dagen voor de Duitse inval — had verkregen. Opvallend is dat de intrekking met aanzienlijke terugwerkende kracht wordt doorgevoerd (vanaf 13 januari 1942, terwijl het besluit in mei wordt gecommuniceerd). De ondertekenaar, Edward Voûte, was de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam die de bevelen van de bezetter nauwgezet uitvoerde. Dit document is een direct bewijs van de "Arisering" van de economie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Meyer Polak was een Joodse Amsterdammer; de Krugerstraat waar hij woonde, lag in de Transvaalbuurt, een wijk met een zeer grote Joodse populatie. In de loop van 1941 en 1942 voerde de bezetter, met hulp van de collaborerende Amsterdamse administratie, een reeks verordeningen in om Joden volledig uit het economische leven te weren. Joodse marktkooplieden en straathandelaren waren een specifiek doelwit. Door hun vergunningen in te trekken, werden zij beroofd van hun middelen van bestaan. Dit proces ging vaak vooraf aan de fysieke deportatie van de betrokken personen naar de concentratie- en vernietigingskampen.