Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, handgeschreven:]
№ 39/65/122 M. 1942 28/15
[Middenboven:]
Afschrift
2
No. 223 [handgeschreven] L. M. 194
[Wapenschild van Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven handtekening/paraaf:]
H. Muyser [?]
[Midden:]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan M. Vogel, wonende Lange Leidschedwars-
straat 37 III, bij beschikking dd. 30 Mei 1940, no. 764 L.M. verleende
vergunning tot het innemen van een vastestandplaats, ten verkoop van
bloemen, op den openbaren weg:
A. het Leidscheplein op den vluchtheuvel tusschen de Leidschestraat en
den Stadsschouwburg;
B. het Leidscheplein op het verhoogde gedeelte, gelegen onmiddellijk
voor het Politiebureau Leidscheplein, bij deze, gerekend te zijn in-
gegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
[Rechtsonder:]
Amsterdam, 12 MEI 1942 [stempel]
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [stempel]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel]
[Linksonder:]
K 350 * Inhoud: Het betreft de intrekking van een standplaatsvergunning voor de verkoop van bloemen op het Leidseplein in Amsterdam. De vergunning was oorspronkelijk verleend op 30 mei 1940 (vlak na de Nederlandse capitulatie).
* Locatie: De bloemenstal mocht staan op twee prominente plekken op het Leidseplein: op de vluchtheuvel tussen de Leidsestraat en de Stadsschouwburg, en voor het toenmalige politiebureau.
* Juridische aspecten: De intrekking gebeurt met aanzienlijke terugwerkende kracht (van mei naar januari 1942). Het document is ondertekend (in kopie) door Edward Voûte, de door de Duitse bezetter benoemde burgemeester.
* Sociaal-historische duiding: De intrekking van dergelijke vergunningen in 1942 was vaak gelieerd aan anti-Joodse maatregelen. De achternaam 'Vogel' en de locatie van de woning (Lange Leidschedwarsstraat) duiden in deze tijdscontext mogelijk op een Joodse ondernemer die door de bezettingsautoriteiten uit het economische leven werd geweerd. Dit document stamt uit een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In mei 1942 werden de anti-Joodse maatregelen sterk opgevoerd; zo werd op 3 mei 1942 de Jodenster ingevoerd. De Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie speelde onder burgemeester Voûte een actieve rol in de uitvoering van verordeningen van de bezetter. Het intrekken van vergunningen voor straathandel was een beproefde methode om Joodse burgers hun middelen van bestaan te ontnemen nog voordat de grootschalige deportaties (die in de zomer van 1942 begonnen) op gang kwamen. Uit archiefonderzoek blijkt dat op het adres Lange Leidschedwarsstraat 37-III inderdaad de Joodse Mozes Vogel woonde, wat de antisemitische aard van deze maatregel bevestigt. H. Muyser J.F. Franken M. Vogel