Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, handgeschreven:]
№ 39/65/123
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2
[Midden boven: Wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven:]
M 1942 21/5
[Paraaf, mogelijk 'H. Meyer']
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan David de Vries, geboren 16 September 1901, wonende Danie Theronstraat 20 hs, bij beschikking dd. 8 October 1940, no. 5/307 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van consumptieijs, op den openbaren weg, den Ouderkerkerdijk, ten zuiden van den hoofdingang van de Zuidergasfabriek, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, [Stempel: 12 MEI 1942] 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) V o û t e
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:]
K 350 Dit document betreft de administratieve intrekking van een standplaatsvergunning voor de verkoop van consumptie-ijs. De vergunninghouder, David de Vries, mocht sinds oktober 1940 ijs verkopen bij de Zuidergasfabriek aan de Ouderkerkerdijk.
Opvallend aan dit besluit is de terugwerkende kracht: hoewel het document gedateerd is op 12 mei 1942, wordt de intrekking geacht al op 13 januari 1942 te zijn ingegaan. De afkorting "(get.)" voor de namen van Voûte en Franken geeft aan dat dit een officieel afschrift is van het originele besluit. De vermelding "hs" bij het adres (Danie Theronstraat 20) staat voor 'huis' (begane grond). Dit document is een direct bewijsstuk van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in bezet Nederland. In 1941 en 1942 voerde de Duitse bezetter, in samenwerking met de collaborerende gemeentelijke overheid onder burgemeester Edward Voûte, een reeks anti-Joodse maatregelen uit.
Een specifieke verordening verbood Joden om handel te drijven op straat of op markten. David de Vries, wiens naam en woonplaats (de Transvaalbuurt was een wijk met veel Joodse inwoners) duiden op zijn Joodse achtergrond, werd hierdoor direct in zijn levensonderhoud getroffen. Het intrekken van deze vergunning was geen incident, maar onderdeel van het systematisch isoleren en ontnemen van bezit en middelen van de Joodse bevolking, voorafgaand aan de grootschalige deportaties die in de zomer van 1942 begonnen. F. Franken H. Meyer