Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. [Links boven, handgeschreven:] No 39/65/124
[Midden boven, paars stempel:] M. 1942 20/5
[Rechts boven, handgeschreven initialen en naam:] JW, H. Muller
Afschrift
2
[Rijkswapen van Amsterdam]
No. L. M. 194
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Jacob Wijnschenk, geboren 10 November
1896, wonende Vrolijkstraat 50 III, bij beschikking dd. 31 Januari 1940,
no. 764 L.M.1939, verleende vergunning tot het innemen van een vaste
standplaats, ten verkoop van versche visch, op den openbaren weg, het
verhoogde middengedeelte van het Iepenplein, tegenover no. 12, bij deze,
gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 12 MEI 1942 [datum is paars stempel]
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Vôute
De Gemeentesecretaris
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:] K 350 Dit document is een formele kennisgeving van de intrekking van een marktvergunning. De essentie van het besluit is dat Jacob Wijnschenk, een visboer die sinds januari 1940 een vaste standplaats had op het Iepenplein in Amsterdam-Oost, zijn recht om daar te verkopen verliest.
Opvallende details in de tekst:
* Bureaucratische precisie: Het document verwijst nauwgezet naar de oorspronkelijke vergunning uit 1940 en specificeert de exacte locatie op het Iepenplein ("het verhoogde middengedeelte").
* Terugwerkende kracht: Hoewel het besluit is gestempeld op 12 mei 1942, wordt de intrekking met terugwerkende kracht effectief verklaard vanaf 13 januari 1942.
* Ondertekening: Er staat "(get.)", wat betekent dat dit een afschrift is van het origineel dat door Vôute en Franken is ondertekend. Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- De betrokkene: Jacob Wijnschenk was van Joodse afkomst. Zoals veel Joodse straat- en marktkooplieden in Amsterdam werd hij slachtoffer van de systematische uitsluiting uit het economische leven. Vanaf begin 1942 werden op grote schaal vergunningen van Joodse ondernemers ingetrokken.
- De Burgemeester: Edward Vôute was de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. Hij voerde de Duitse verordeningen gewillig uit, waaronder het verwijderen van Joden uit de openbare handel.
- De datum: De datum 13 januari 1942 is saillant. Dit was de periode waarin de bezetter de laatste fasen voorbereidde van de volledige segregatie van de Joodse bevolking, vlak voordat de grootschalige deportaties begonnen.
- Historisch lot: Uit archieven (zoals de Joodse Raad-kaarten) blijkt dat Jacob Wijnschenk later is gedeporteerd. Het intrekken van deze vergunning was voor hem niet alleen een verlies van inkomen, maar een van de vele stappen in het proces van rechteloosheid dat uiteindelijk leidde tot zijn deportatie en vermoording in Auschwitz in 1942. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de 'papieren' voorbereiding van de Holocaust. H. Muller J.F. Franken