Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 146
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.

14 mei 1942.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 14 mei 1942. [Linksboven, handgeschreven/gestempeld:]
No 39/65/125 M. 1942 20/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.

[Rechtsboven, handgeschreven paraaf en handtekening:]
[onleesbaar]
Th. mu[...]
[Blauw stempel met logo 'W']

[Midden:]
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan
Leendert Roet,
geboren 1 Juli 1876, wonende Nieuwe Kerkstraat 23 II bij beschikking
d.d. 20 Januari 1940, No.764 L.M, -1939 verleende vergunning tot
het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van bloemen op
den openbaren weg
a. den rijweg van de Govert Flinckstraat vóór perceel 147 a en
b. den rijweg van de Govert Flinckstraat, tegenover den zijgevel van
perceel 1e van der Helststraat 62 b,
bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VA

Amsterdam, 14 MEI 1942 1942.

De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

[Linksonder:]
K 350 Dit document is een administratieve verwerking van de intrekking van een marktvergunning. Leendert Roet had sinds januari 1940 een vergunning voor twee bloemenstalletjes in de Govert Flinckstraat (bij de kruising met de Eerste van der Helststraat, nabij de Albert Cuypmarkt). De intrekking van de vergunning gebeurt op 14 mei 1942, maar met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942.

Het document is ondertekend (in afschrift) door de toenmalige burgemeester Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De zakelijke, bureaucratische toon van het document maskeert de tragische realiteit van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de 'arisering' van de Amsterdamse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 en versneld in 1942 vaardigde de bezetter, vaak uitgevoerd door het lokale bestuur, talloze verordeningen uit die Joden verboden om beroepen uit te oefenen of handel te drijven.

De datum van intrekking (terugwerkend tot januari 1942) is niet toevallig; dit was de periode waarin Joodse marktkooplieden en straathandelaren op grote schaal hun vergunningen verloren. De betrokkene, Leendert Roet, woonde in de Joodse buurt (Nieuwe Kerkstraat). Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Leendert Roet inderdaad Joods was. Hij werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Dit document markeert een cruciaal moment in het proces van onteigening en marginalisering dat aan zijn deportatie voorafging: het ontnemen van zijn middel van bestaan.

Samenvatting

Dit document is een administratieve verwerking van de intrekking van een marktvergunning. Leendert Roet had sinds januari 1940 een vergunning voor twee bloemenstalletjes in de Govert Flinckstraat (bij de kruising met de Eerste van der Helststraat, nabij de Albert Cuypmarkt). De intrekking van de vergunning gebeurt op 14 mei 1942, maar met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942.

Het document is ondertekend (in afschrift) door de toenmalige burgemeester Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De zakelijke, bureaucratische toon van het document maskeert de tragische realiteit van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven.

Historische Context

Dit document vormt een tastbaar bewijs van de 'arisering' van de Amsterdamse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 en versneld in 1942 vaardigde de bezetter, vaak uitgevoerd door het lokale bestuur, talloze verordeningen uit die Joden verboden om beroepen uit te oefenen of handel te drijven.

De datum van intrekking (terugwerkend tot januari 1942) is niet toevallig; dit was de periode waarin Joodse marktkooplieden en straathandelaren op grote schaal hun vergunningen verloren. De betrokkene, Leendert Roet, woonde in de Joodse buurt (Nieuwe Kerkstraat). Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Leendert Roet inderdaad Joods was. Hij werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Dit document markeert een cruciaal moment in het proces van onteigening en marginalisering dat aan zijn deportatie voorafging: het ontnemen van zijn middel van bestaan.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6