Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, handgeschreven/stempel:] No 39/65/126
[Getypt, onderstreept:] Afschrift
[Handgeschreven in rood/roze:] 223 [Getypt:] 2
[Getypt:] No. L. M. 194
[Midden boven, handgeschreven:] 28/5
[Gemeentewapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven initialen/naam:] mw / H. muller [met blauwe pennenstreek]
[Kleine blauwe stempel met een 'w' in een cirkel]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Levie Vrachtdoender, geboren 6 Januari
1906, wonende Blasiusstraat 109 B I, bij beschikking dd. 27 Januari 1940
no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste stand-
plaats, ten verkoop van versche visch, op den openbaren weg, het verhoog-
de middengedeelte van het Iepenplein, tegen het aldaar aanwezige trans-
formatorhuisje, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in
te trekken.
GM
Amsterdam, [stempel:] 12 MEI 1942
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:] K 350 Dit document is een administratieve vastlegging van de onteigening van middelen van bestaan van een Joodse Amsterdammer tijdens de Duitse bezetting.
- Bureaucratische precisie: Het document trekt een vergunning in die vlak voor de inval (januari 1940) was verleend. De intrekking gebeurt met terugwerkende kracht (13 januari 1942), wat duidt op een systematische administratieve 'zuivering'.
- Locatie: Het Iepenplein ligt in Amsterdam-Oost, een buurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden. De beschrijving van de standplaats ("tegen het aldaar aanwezige transformatorhuisje") is zeer specifiek.
- Ondertekening: Het besluit is (in afschrift) ondertekend door Edward Voute, de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam, en gemeentesecretaris J.F. Franken.
- Terminologie: "GM" staat waarschijnlijk voor Gemeenteblad of een specifieke afdeling binnen het gemeentelijk apparaat (mogelijk Marktwezen). Dit document moet worden gezien in het licht van de Holocaust en de stapsgewijze uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Nederland.
In januari 1942 was de systematische vervolging in volle gang. Joden mochten steeds minder beroepen uitoefenen en hun vergunningen voor marktkramen en standplaatsen werden ingetrokken om de handel te 'ariseren'.
Levie Vrachtdoender: Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Levie Vrachtdoender een Joodse vishandelaar was. De intrekking van zijn vergunning in mei 1942 was een directe aanval op zijn levensonderhoud. Ruim een jaar na dit document, op 9 juli 1943, werd Levie Vrachtdoender vermoord in het vernietigingskamp Sobibor. Dit ogenschijnlijk droge administratieve document vormt dus een schakel in het proces van rechteloosmaking dat uiteindelijk leidde tot deportatie en moord.