Afschrift van een burgemeestersbesluit (reproductie van een officieel besluit).
Origineel
Afschrift van een burgemeestersbesluit (reproductie van een officieel besluit). [Handgeschreven, linksboven:] 29/60/142
[Handgeschreven, middenboven:] M. 1942 28/5
[Handgeschreven, rechtsboven:] MW [gevolgd door een paraaf/handtekening, mogelijk:] h. mutter
[Rode diagonale streep door de rechterbovenhoek]
Afschrift
No. 223 L. M. 194
[Wapenschild van de Stad Amsterdam met de drie Andreaskruisen en twee leeuwen]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Philip de Hond, geboren 23 Januari 1909, wonende Zandstraat 38 II, bij beschikking dd. 11 Januari 1940, no. 754 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van versche visch, op den openbaren weg, de Nieuwe Prinsengracht, op den Zuid-Oostelijken vleugel van de brug voor de Weesperstraat, tegenover den opgang van perceel Nieuwe Prinsengracht 36, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GN
Amsterdam, 29 Mei 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder in de marge:] K 350 Dit document is een officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam om de vergunning van een visboer, Philip de Hond, in te trekken. De vergunning betrof een vaste standplaats voor de verkoop van verse vis op de Nieuwe Prinsengracht, nabij de Weesperstraat.
Opvallend is dat het besluit is genomen op 29 mei 1942, maar met terugwerkende kracht ("gerekend te zijn ingegaan") per 13 januari 1942 effectief is gemaakt. De locatie van de standplaats en de woonplaats van de betrokkene (Zandstraat) bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Dit document is een direct bewijsstuk van de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische en openbare leven tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Anti-Joodse maatregelen: Vanaf 1941 voerden de bezetter en de collaborerende overheid steeds strengere maatregelen in tegen Joden. In januari 1942 werd het Joden verboden om nog langer straathandel te drijven of standplaatsen te bezetten. De intrekking van de vergunning van Philip de Hond is een directe uitvoering van dit beleid.
- Burgemeester Edward Voûte: Voûte was door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Onder zijn bewind werkte het ambtelijk apparaat van de stad nauwgezet mee aan de uitvoering van de anti-Joodse verordeningen.
- De betrokkene: Philip de Hond was een Joodse Amsterdammer. De Zandstraat en de Nieuwe Prinsengracht waren locaties met een zeer hoge concentratie Joodse bewoners. Het intrekken van dergelijke vergunningen was vaak de eerste stap naar totale verarming en uiteindelijke deportatie van de Joodse bevolking.
- Bureaucratie van de uitsluiting: De droge, ambtelijke toon van het document en het gebruik van stempels illustreren hoe de vervolging via de bestaande juridische en bureaucratische kanalen van de gemeente werd gefaciliteerd. J.F. Franken Gemeente Amsterdam