Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 165
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de Gemeente Amsterdam.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de Gemeente Amsterdam. (Linksboven, gestempeld/getypt):
No 39/65/145 M. 1942 7/6
Afschrift
No. 223 L. M. 1934 2

(Rechtsboven, handgeschreven):
MW
A. Müller [doorgehaald met rode pen]

(Midden, logo):
[Wapen van de Gemeente Amsterdam met de drie kruizen]

(Hoofdtekst):
De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Philip van den Berg, wonende Nieuwe Kerkstraat 113 II, bij beschikking dd. 11 December 1939, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van consumptieijs, op den openbaren weg, het verhoogde middengedeelte van het Jonas Daniël Meyerplein, achter de tweede boomenrij t/o perceel no. 20; bij bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 22 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,

(get.) Voûte

De Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratieve weergave van de systematische uitsluiting van Joodse Amsterdammers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting. De vergunning van Philip van den Berg, die hij sinds eind 1939 had, wordt hier formeel ingetrokken.

Opvallend is de terugwerkende kracht van de intrekking: hoewel het document op 22 april 1942 is opgesteld, wordt bepaald dat de intrekking al op 13 januari 1942 is ingegaan. De ondertekening door Edward Voûte, de door de bezetter benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam, onderstreept de politieke aard van dit besluit. De locatie van de standplaats, het Jonas Daniël Meyerplein, was het hart van de Joodse buurt en de plek waar een jaar eerder de eerste grote razzia's hadden plaatsgevonden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vaardigde de bezetter, vaak uitgevoerd door het collaborerende gemeentebestuur, talloze verordeningen uit om Joden te isoleren. Een van de stappen in dit proces was de "Entjudung" (ontjoding) van de economie. Joodse marktkooplieden en straatverkopers raakten hun vergunningen kwijt, waardoor hun bron van inkomsten werd afgesneden.

De hier genoemde Philip van den Berg (geboren op 31 juli 1894) was een Joodse Amsterdammer. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat hij later in 1942 is gedeporteerd. Hij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document vormt een papieren spoor van de beroving van rechten die voorafging aan de fysieke vernietiging van de Joodse bevolking van Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een administratieve weergave van de systematische uitsluiting van Joodse Amsterdammers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting. De vergunning van Philip van den Berg, die hij sinds eind 1939 had, wordt hier formeel ingetrokken.

Opvallend is de terugwerkende kracht van de intrekking: hoewel het document op 22 april 1942 is opgesteld, wordt bepaald dat de intrekking al op 13 januari 1942 is ingegaan. De ondertekening door Edward Voûte, de door de bezetter benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam, onderstreept de politieke aard van dit besluit. De locatie van de standplaats, het Jonas Daniël Meyerplein, was het hart van de Joodse buurt en de plek waar een jaar eerder de eerste grote razzia's hadden plaatsgevonden.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vaardigde de bezetter, vaak uitgevoerd door het collaborerende gemeentebestuur, talloze verordeningen uit om Joden te isoleren. Een van de stappen in dit proces was de "Entjudung" (ontjoding) van de economie. Joodse marktkooplieden en straatverkopers raakten hun vergunningen kwijt, waardoor hun bron van inkomsten werd afgesneden.

De hier genoemde Philip van den Berg (geboren op 31 juli 1894) was een Joodse Amsterdammer. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat hij later in 1942 is gedeporteerd. Hij werd op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document vormt een papieren spoor van de beroving van rechten die voorafging aan de fysieke vernietiging van de Joodse bevolking van Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6