Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. [Handgeschreven linksboven in blauwe/zwarte inkt:] 39/65/155
[Handgeschreven middenboven in vage inkt:] 1942 8/6
[Handgeschreven rechtsboven in potlood en rood krijt/potlood:] [onleesbaar, mogelijk: H Mulder]
[Gedrukt logo: Wapen van Amsterdam met de drie kruisen, geflankeerd door leeuwen en bekroond met keizerskroon]
Afschrift
No. 223 L. M. 1931 2 [mogelijk 1934 2]
De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Samuel van Velzen, wonende Lepelstraat 34 III, bij beschikking dd. 20 Januari 1940, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van haring gerookte-, gedroogde- en gezouten visch, op den openbaren weg, den rijweg van de Lepelstraat, voor perceel 51, bij deze gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 4 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte
De Gemeentesecretaris,
Get. J.F. Franken Dit document is een administratieve vastlegging van de intrekking van een handelsvergunning. Samuel van Velzen had in januari 1940 (vlak voor de Duitse inval) toestemming gekregen om een vaste standplaats voor de visverkoop in te nemen in de Lepelstraat.
De intrekking gebeurt formeel op 4 juni 1942, maar met een opvallende terugwerkende kracht tot 13 januari 1942. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de pro-Duitse burgemeester die door de bezetter was aangesteld. J.F. Franken was de gemeentesecretaris die ook tijdens de bezettingsjaren in functie bleef. Dergelijke documenten dienden als juridische grondslag om ondernemers hun bestaansrecht te ontnemen. Dit document moet direct geplaatst worden in de context van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Samuel van Velzen (geboren in 1888) was een Joodse Amsterdammer. De Lepelstraat was een straat in de Joodse buurt van Amsterdam (nabij Artis en het Waterlooplein).
In 1941 en 1942 vaardigde de bezetter een reeks verordeningen uit die Joden systematisch uitsloten van het economisch leven. Eerst werden Joodse marktkooplieden verbannen naar aparte markten, en later werden hun vergunningen volledig ingetrokken als onderdeel van het proces van beroving en isolatie (de zogenaamde 'ontjoodsing' van de economie). De intrekking van deze standplaatsvergunning was voor Samuel van Velzen de formele beëindiging van zijn inkomen en beroepsuitoefening, vaak een voorbode van deportatie. Volgens archieven van de Oorlogsgravenstichting is Samuel van Velzen in 1942 of 1943 omgekomen in een van de concentratiekampen. J.F. Franken