Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 177
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders. [Linksboven, handgeschreven:] № 39/65/157
[Middenboven, stempel:] M. 1942/26
[Rechtsboven, handgeschreven initialen en een rode diagonale streep]

Afschrift
No. 223 L. M. 1942.

[Afbeelding: Gemeentewapen Amsterdam]

De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,

Overwegende, dat het gewenscht is, de aan
Isaac A s p ,
geboren 13 Februari 1877, wonende Christiaan de Wetstraat 24 hs.
bij beschikking d.d. 30 December 1939, No. 764 L.M.’39 verleende
vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop
van zoetwatervisch op den openbaren weg, de Nieuwe Prinsengracht,
op het afloopend verhoogde voetpad aan den walkant, tegenover per-
ceel Nieuwe Prinsengracht 69, in te trekken;

Heeft goedgevonden de bovenvermelde vergunning bij deze, gere-
kend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
v

Amsterdam, 22 April 1942.

De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [paarse stempel]

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paarse stempel] Dit document is een formeel besluit tot het intrekken van een marktvergunning. De houder van de vergunning is Isaac Asp, een visverkoper die op dat moment woonachtig was in de Christiaan de Wetstraat 24 in Amsterdam-Oost. De vergunning betrof een standplaats op de Nieuwe Prinsengracht (tegenover nummer 69) voor de verkoop van zoetwatervis.

Opvallend is de administratieve afhandeling: hoewel het besluit is gedateerd op 22 april 1942, wordt expliciet vermeld dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942. Het document is ondertekend (per stempel) door Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en gemeentesecretaris J.F. Franken. Dit document moet worden gezien in het licht van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werden systematisch verordeningen uitgevaardigd om Joodse burgers uit het economische leven te verdrijven.

Isaac Asp was een Joodse Amsterdammer. Vanaf begin 1942 werden Joodse marktkooplieden en straatverkopers massaal hun vergunningen ontnomen als onderdeel van de "Arisering" van de economie en de isolatie van de Joodse bevolking. De intrekking van deze vergunning betekende voor Isaac Asp het verlies van zijn middel van bestaan. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Isaac Asp in 1943 is gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Dit document is een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitsluiting die voorafging aan de fysieke deportatie.

Samenvatting

Dit document is een formeel besluit tot het intrekken van een marktvergunning. De houder van de vergunning is Isaac Asp, een visverkoper die op dat moment woonachtig was in de Christiaan de Wetstraat 24 in Amsterdam-Oost. De vergunning betrof een standplaats op de Nieuwe Prinsengracht (tegenover nummer 69) voor de verkoop van zoetwatervis.

Opvallend is de administratieve afhandeling: hoewel het besluit is gedateerd op 22 april 1942, wordt expliciet vermeld dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942. Het document is ondertekend (per stempel) door Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en gemeentesecretaris J.F. Franken.

Historische Context

Dit document moet worden gezien in het licht van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werden systematisch verordeningen uitgevaardigd om Joodse burgers uit het economische leven te verdrijven.

Isaac Asp was een Joodse Amsterdammer. Vanaf begin 1942 werden Joodse marktkooplieden en straatverkopers massaal hun vergunningen ontnomen als onderdeel van de "Arisering" van de economie en de isolatie van de Joodse bevolking. De intrekking van deze vergunning betekende voor Isaac Asp het verlies van zijn middel van bestaan. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Isaac Asp in 1943 is gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Dit document is een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitsluiting die voorafging aan de fysieke deportatie.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6