Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 180
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam.

4 juni 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942).

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. 4 juni 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). Nº 39/65/160 [handgeschreven] M. 1342 5/6 [paars stempel]
Afschrift
No. 223 L. M. 1942

De BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Israël van Sister, geboren 7 Januari 1900, wonende Manegestraat 4 I, bij beschikking dd. 26 Maart 1940, no. 5/53 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van groente en fruit, op den openbaren weg, den noord-westelijken vleugel van de brug over de Nieuwe Keizersgracht vóór de Weesperstraat, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM

Amsterdam, 4 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte

De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken Dit document is een administratieve vastlegging van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting.

De kernpunten uit het document zijn:
* De persoon: Israël van Sister was een Joodse koopman die een standplaats had in het hart van de toenmalige Joodse buurt (vlakbij de Weesperstraat).
* De actie: Zijn legale vergunning uit maart 1940 wordt eenzijdig ingetrokken.
* Terugwerkende kracht: Hoewel het document is gedateerd op 4 juni 1942, wordt de intrekking met terugwerkende kracht bepaald op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve inhaalslag na de invoering van algemene verbodsbepalingen voor Joodse straathandelaren.
* Bestuurlijke wijziging: De woorden "EN WETHOUDERS" zijn doorgestreept. Dit is historisch significant: tijdens de bezetting werd het democratische college van B&W ontbonden en kreeg de (NSB-)burgemeester de volledige macht, volgens het Duitse 'Führerprinzip'. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de Duitse bezetters en hun Nederlandse collaborateurs een reeks antisemitische maatregelen in (de 'ariërisering'). In de loop van 1941 en begin 1942 werd het voor Joden nagenoeg onmogelijk gemaakt om een eigen bedrijf of handel te drijven.

In november 1941 werd het Joden verboden om op openbare markten te staan. In januari 1942 (de datum waarnaar in dit document wordt verwezen) werden deze maatregelen verder aangescherpt voor alle vormen van straathandel.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam en een collaborateur die nauwgezet uitvoering gaf aan de anti-Joodse verordeningen. De locatie van de standplaats (Nieuwe Keizersgracht/Weesperstraat) was een zeer drukke plek in de Joodse wijk; het intrekken van deze vergunning betekende voor de betrokkene niet alleen het verlies van zijn inkomen, maar was tevens een voorbode van de totale isolatie die voorafging aan de deportaties, die in de zomer van 1942 (kort na de datum van dit document) op grote schaal begonnen.

Samenvatting

Dit document is een administratieve vastlegging van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting.

De kernpunten uit het document zijn:
* De persoon: Israël van Sister was een Joodse koopman die een standplaats had in het hart van de toenmalige Joodse buurt (vlakbij de Weesperstraat).
* De actie: Zijn legale vergunning uit maart 1940 wordt eenzijdig ingetrokken.
* Terugwerkende kracht: Hoewel het document is gedateerd op 4 juni 1942, wordt de intrekking met terugwerkende kracht bepaald op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve inhaalslag na de invoering van algemene verbodsbepalingen voor Joodse straathandelaren.
* Bestuurlijke wijziging: De woorden "EN WETHOUDERS" zijn doorgestreept. Dit is historisch significant: tijdens de bezetting werd het democratische college van B&W ontbonden en kreeg de (NSB-)burgemeester de volledige macht, volgens het Duitse 'Führerprinzip'.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de Duitse bezetters en hun Nederlandse collaborateurs een reeks antisemitische maatregelen in (de 'ariërisering'). In de loop van 1941 en begin 1942 werd het voor Joden nagenoeg onmogelijk gemaakt om een eigen bedrijf of handel te drijven.

In november 1941 werd het Joden verboden om op openbare markten te staan. In januari 1942 (de datum waarnaar in dit document wordt verwezen) werden deze maatregelen verder aangescherpt voor alle vormen van straathandel.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam en een collaborateur die nauwgezet uitvoering gaf aan de anti-Joodse verordeningen. De locatie van de standplaats (Nieuwe Keizersgracht/Weesperstraat) was een zeer drukke plek in de Joodse wijk; het intrekken van deze vergunning betekende voor de betrokkene niet alleen het verlies van zijn inkomen, maar was tevens een voorbode van de totale isolatie die voorafging aan de deportaties, die in de zomer van 1942 (kort na de datum van dit document) op grote schaal begonnen.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6