Afschrift van een officieel besluit (vergunningsintrekking).
Origineel
Afschrift van een officieel besluit (vergunningsintrekking). [Linksboven, handgeschreven in blauwe inkt over een vervaagd stempel:]
39/65/161
Afschrift
No. 223 L. M. 1931 2
[Midden boven: Wapen van de Gemeente Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven parafen en namen in inkt/potlood, o.a. "MW" en "Hmuller". Een klein rond blauw stempel met de letter 'w'.]
De BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Mozes de Leeuw, geboren 14 December 1894, wonende Korte Houtstraat 21 I, bij beschikking dd. 19 Januari 1940, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van zuurwaren, op den openbaren weg, den rijweg, van de Korte Houtstraat voor perceel 21, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 4 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte
De Gemeentesecretaris,
get. J.F.Franken * Inhoud: Het betreft de officiële intrekking van een standplaatsvergunning voor de verkoop van "zuurwaren" (zoals augurken en uitjes). De vergunninghouder is Mozes de Leeuw. De intrekking wordt met terugwerkende kracht effectief gesteld vanaf 13 januari 1942.
* Doorhaling: In de aanhef is "EN WETHOUDERS" doorgestreept. Dit is historisch significant: tijdens de Duitse bezetting werd de invloed van de wethouders uitgeschakeld en kreeg de (door de bezetter benoemde) burgemeester nagenoeg onbeperkte macht.
* Ondertekenaars:
* E.J. Voûte: De nationaalsocialistische burgemeester van Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.
* J.F. Franken: De toenmalige gemeentesecretaris.
* Locatie: De Korte Houtstraat lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. De vergunning was voor de deur van de woning van de betrokkene (perceel 21). Dit document is een direct bewijsstuk van de systematische economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 voerden de Duitse bezetters en collaborerende Nederlandse instanties wetgeving in die Joden verbood bepaalde beroepen uit te oefenen of handel te drijven.
Het intrekken van markt- en standplaatsvergunningen was een effectieve methode om Joodse kleine zelfstandigen van hun broodwinning te beroven. De handel in "zuur" was een typisch Joods ambacht in de Amsterdamse volksbuurten.
Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat de hier genoemde Mozes de Leeuw inderdaad slachtoffer werd van de Holocaust. Hij werd op 9 juli 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord, samen met zijn echtgenote en drie kinderen. De intrekking van deze vergunning in 1942 was een van de vele administratieve stappen die voorafgingen aan hun deportatie en uiteindelijke moord. E.J. Vo J.F. Franken Gemeente Amsterdam