Ambtelijk afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Ambtelijk afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. [Linksboven paars stempel:] Nº 39/65/7 M. 1942 24/5
[Gedrukt:] Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Midden boven: Wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven handgeschreven initialen/notitie:] MW [en een onleesbare handtekening/paraaf in blauwe inkt, mogelijk:] A. m... [en een klein rood rond stempel met een symbool]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Sophia Goudsmit-Stofkooper,
geboren 3 Augustus 1891, wonende Weesperstraat 36 I, bij beschikking d.d. 4 Januari 1940, No.764 L.M.-1939- verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van pinda's op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Plantage Kerklaan aan de zijde van Artis, tegenover perceel No.49, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, 20 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder gedrukt kenmerk:] K 350 Dit document is een officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. Het besluit behelst de intrekking van een vergunning voor een vaste standplaats op de openbare weg.
- Persoon: De vergunninghouster is Sophia Goudsmit-Stofkooper. Zij woonde in de Weesperstraat, een straat die destijds in het hart van de Joodse buurt lag.
- Activiteit: Mevrouw Goudsmit-Stofkooper had sinds januari 1940 toestemming om pinda's te verkopen op de Plantage Kerklaan, direct tegenover dierentuin Artis.
- Besluit: De vergunning wordt met terugwerkende kracht ingetrokken per 13 januari 1942.
- Autoriteiten: Het document is ondertekend door de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester E.J. Voûte en gemeentesecretaris J.F. Franken. Dit document is een tastbaar bewijs van de economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
Vanaf 1941 voerde de bezetter, vaak uitgevoerd door het lokale collaborerende bestuur, een reeks verordeningen in die specifiek gericht waren op het ontnemen van middelen van bestaan aan Joden. De intrekking van markt- en standplaatsvergunningen voor Joodse handelaren was een standaardprocedure binnen dit beleid van segregatie en diefstal (arisering).
De datum van intrekking, 13 januari 1942, is saillant: dit is de periode waarin de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam enorm toenam. In diezelfde maand startten ook de eerste oproepen voor de 'werkverschaffing' in kampen in Nederland. Het intrekken van deze bescheiden vergunning voor de verkoop van pinda's beroofde Sophia Goudsmit-Stofkooper van haar zelfstandige inkomen en maakte haar nog kwetsbaarder voor de verdere stappen van de Holocaust. Uit archiefstukken van de Oorlogsgravenstichting en Yad Vashem blijkt dat Sophia Goudsmit-Stofkooper in september 1942 in Auschwitz is vermoord.