Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 200
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officiële beschikking van de Gemeente Amsterdam.

Origineel

Afschrift van een officiële beschikking van de Gemeente Amsterdam. [Linksboven, stempel/handgeschreven:]
№ 39/65/6 M. 1042 21/5

[Gedrukt/getypt:]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2

[Rechtsboven, handgeschreven paraaf/handtekening:]
MW
H. Meyer [onzeker]

[Midden boven: Wapen van Amsterdam]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Abraham Bromet, geboren 15 Augustus 1871, wonende Wagenaarstraat 13 III, bij beschikking dd. 30 December 1939, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van fruit, alcoholvrije dranken, chocolade artikelen, suikerwerken, pinda’s, drups, snoepgoed en gebak, op den openbaren weg , den Middenweg, in een inham toegang gevende tot de rioolwater- en zuiveringsinrichting, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 23 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute

De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

[Linksonder:]
K 350 Dit document is een administratieve vastlegging van de intrekking van een marktvergunning. Abraham Bromet, een man van toen 70 jaar oud, had sinds eind 1939 een vergunning om diverse etenswaren en dranken te verkopen vanuit een vaste standplaats aan de Middenweg in Amsterdam-Oost.

Opvallend is de terugwerkende kracht van de intrekking: hoewel het besluit op 23 april 1942 is getypt, wordt de vergunning met ingang van 13 januari 1942 ingetrokken. De ondertekenaars zijn de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte en gemeentesecretaris J.F. Franken. De code 'K 350' linksonder is een drukkerijcode die vaak op formulieren uit de bezettingstijd te vinden is. Hoewel de reden voor de intrekking niet expliciet in de tekst staat, moet dit document direct in de context van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog worden geplaatst. Abraham Bromet was van Joodse afkomst. Vanaf begin 1942 voerde de Duitse bezetter, in samenwerking met het collaborerende gemeentebestuur, de druk op Joodse ondernemers en straathandelaren drastisch op.

Door vergunningen in te trekken, werden Joden systematisch uit het economische en openbare leven geweerd. De datum van 13 januari 1942 correspondeert met de periode waarin de bezetter de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden en straatventers verscherpte. Abraham Bromet is, volgens gegevens van herdenkingssites zoals het Joods Monument, later gedeporteerd en in 1942 vermoord in Auschwitz. Dit ogenschijnlijk droge administratieve document vormde dus een schakel in het proces van onteigening en uiteindelijke deportatie.

Samenvatting

Dit document is een administratieve vastlegging van de intrekking van een marktvergunning. Abraham Bromet, een man van toen 70 jaar oud, had sinds eind 1939 een vergunning om diverse etenswaren en dranken te verkopen vanuit een vaste standplaats aan de Middenweg in Amsterdam-Oost.

Opvallend is de terugwerkende kracht van de intrekking: hoewel het besluit op 23 april 1942 is getypt, wordt de vergunning met ingang van 13 januari 1942 ingetrokken. De ondertekenaars zijn de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte en gemeentesecretaris J.F. Franken. De code 'K 350' linksonder is een drukkerijcode die vaak op formulieren uit de bezettingstijd te vinden is.

Historische Context

Hoewel de reden voor de intrekking niet expliciet in de tekst staat, moet dit document direct in de context van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog worden geplaatst. Abraham Bromet was van Joodse afkomst. Vanaf begin 1942 voerde de Duitse bezetter, in samenwerking met het collaborerende gemeentebestuur, de druk op Joodse ondernemers en straathandelaren drastisch op.

Door vergunningen in te trekken, werden Joden systematisch uit het economische en openbare leven geweerd. De datum van 13 januari 1942 correspondeert met de periode waarin de bezetter de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden en straatventers verscherpte. Abraham Bromet is, volgens gegevens van herdenkingssites zoals het Joods Monument, later gedeporteerd en in 1942 vermoord in Auschwitz. Dit ogenschijnlijk droge administratieve document vormde dus een schakel in het proces van onteigening en uiteindelijke deportatie.

Locaties

Amsterdam Middenweg (bij de rioolwater- en zuiveringsinrichting).

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6