Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942. № 39/65.1.8 M. 1942 20/5
Afschrift
No. 223 L. M. 1942.
[Wapenschild Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Levie Pachter,
geboren 17 Juli 1886, wonende Retiefstraat 66 II, bij beschikking
d.d. 27 Januari 1940, No.764 L.M. 1939 verleende vergunning tot het
innemen van een vaste standplaats ten verkoop van bloemen op den
openbaren weg, den rijweg van de Bakkerstraat, tegenover perceel 1,
bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
v
Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
K 350
Handgeschreven aantekeningen (rechtsboven):
JW. [onleesbaar]
a (in rood) Dit document is een administratief besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het is een formeel afschrift waarmee een eerder verleende vergunning voor een bloemenkraam wordt ingetrokken.
- Betrokkenen: De vergunninghouder is Levie Pachter. De ondertekenaar is Edward Voûte, de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris-burgemeester van Amsterdam. De mede-ondertekenaar is gemeentesecretaris J.F. Franken.
- Locatie: De standplaats bevond zich in de Bakkerstraat (nabij het Rembrandtplein), een centrale locatie in de stad. Levie Pachter woonde zelf in de Retiefstraat, in de Transvaalbuurt.
- Tijdslijn: De vergunning was verleend in januari 1940 (vlak voor de invasie). De intrekking wordt op 12 mei 1942 geformaliseerd, maar gaat met terugwerkende kracht in op 13 januari 1942. Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 en 1942 vaardigden de bezettingsautoriteiten talloze verordeningen uit die het voor Joodse burgers onmogelijk maakten om hun beroep of bedrijf uit te oefenen.
Levie Pachter was een Joodse Amsterdammer. De intrekking van zijn vergunning maakte deel uit van het systematisch afnemen van de bestaansmiddelen van Joden ("Entjudung" van de economie). Kort na de datum van dit document begonnen de grootschalige deportaties uit Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Levie Pachter op 28 september 1942 is vermoord in Auschwitz. Dit archiefstuk markeert het moment waarop hij door het stadsbestuur officieel uit het openbare economische leven werd verwijderd, enkele maanden voor zijn deportatie.