Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 234
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester. [Linksboven, handgeschreven/gestempeld:]
No 39/65/42
Afschrift
No. 223 L. M. 1942.

[Midden boven, handgeschreven:]
28/5

[Rechtsboven, handgeschreven paraaf/handtekening:]
[onleesbaar]

[Wapen van Amsterdam]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan

Mozes Koster,

geboren 14 December 1883, wonende Tugelaweg 67 III bij beschikking
d.d. 18 Januari 1940, No. 764 L.M. -1939- verleende vergunning
tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van bloemen
en planten op den openbaren weg, den voetweg van den Middenweg, voor
perceel No.53b, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942,
in te trekken.
VM

Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) voute

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

[Linksonder:]
K 350 Het document is een formeel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, gedateerd op 12 mei 1942. In dit besluit wordt de vergunning van Mozes Koster voor een bloemenstandplaats op de Middenweg (nabij perceel 53b) ingetrokken. Opvallend is dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942.

De administratieve afhandeling is herkenbaar aan de diverse nummers (No. 223 L.M. 1942) en de handtekeningen van de burgemeester en de gemeentesecretaris Franken. De afkorting "VM" onder de hoofdtekst staat waarschijnlijk voor een specifieke administratieve afdeling of ambtenaar. Dit document moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgemeester Edward Voûte was een pro-Duitse burgemeester die in 1941 door de bezetter was aangesteld.

De betrokkene, Mozes Koster, was een Joodse Amsterdammer. In de loop van 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters en de collaborerende overheid steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Een belangrijk onderdeel hiervan was de economische uitsluiting van Joden ("Entjudung"). Joodse ondernemers en marktkooplieden werden systematisch beroofd van hun middelen van bestaan door het intrekken van vergunningen en licenties.

De datum waarop de intrekking geacht wordt te zijn ingegaan (13 januari 1942) valt samen met de periode waarin Joodse straathandelaren in Amsterdam op grote schaal werden verboden hun beroep uit te oefenen. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Mozes Koster enkele maanden na dit besluit, op 17 september 1942, is vermoord in Auschwitz. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitsluiting die voorafging aan de fysieke deportatie en vernietiging van de Joodse bevolking.

Samenvatting

Het document is een formeel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, gedateerd op 12 mei 1942. In dit besluit wordt de vergunning van Mozes Koster voor een bloemenstandplaats op de Middenweg (nabij perceel 53b) ingetrokken. Opvallend is dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942.

De administratieve afhandeling is herkenbaar aan de diverse nummers (No. 223 L.M. 1942) en de handtekeningen van de burgemeester en de gemeentesecretaris Franken. De afkorting "VM" onder de hoofdtekst staat waarschijnlijk voor een specifieke administratieve afdeling of ambtenaar.

Historische Context

Dit document moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgemeester Edward Voûte was een pro-Duitse burgemeester die in 1941 door de bezetter was aangesteld.

De betrokkene, Mozes Koster, was een Joodse Amsterdammer. In de loop van 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters en de collaborerende overheid steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Een belangrijk onderdeel hiervan was de economische uitsluiting van Joden ("Entjudung"). Joodse ondernemers en marktkooplieden werden systematisch beroofd van hun middelen van bestaan door het intrekken van vergunningen en licenties.

De datum waarop de intrekking geacht wordt te zijn ingegaan (13 januari 1942) valt samen met de periode waarin Joodse straathandelaren in Amsterdam op grote schaal werden verboden hun beroep uit te oefenen. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Mozes Koster enkele maanden na dit besluit, op 17 september 1942, is vermoord in Auschwitz. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitsluiting die voorafging aan de fysieke deportatie en vernietiging van de Joodse bevolking.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6