Afschrift van een burgemeestersbesluit.
Origineel
Afschrift van een burgemeestersbesluit. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, handgeschreven:]
39/65/46
[Gedrukt:]
Afschrift
[Handgeschreven:]
No. 223 L. M. 1942
[Midden boven, wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, handgeschreven paraaf in blauw en een rood stempeltje]
[Hoofdtekst:]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Arnold Dotsch, geboren 5 November 1887,
wonende Krugerstraat 36 II, bij beschikking dd, 4 Januari 1940, no. 764 L.M.
verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop
van versche visch, op den openbaren weg, de Retiefstraat, voor den toegang
van de perceelen Retiefstraat 74 en 76, bij deze, gerekend te zijn ingegaan
13 Januari 1942, in te trekken.
GM
[Rechtsonder:]
Amsterdam, [stempel: 12 MEI 1942] 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte [gestempeld]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [gestempeld]
[Linksonder:]
K 350 * Inhoud: Het document is een officiële kennisgeving waarin een eerder verleende vergunning (van 4 januari 1940) voor een viskraam wordt ingetrokken. De standplaats bevond zich in de Retiefstraat, ter hoogte van de nummers 74 en 76.
* Betrokkene: Arnold Dotsch was een Joodse Amsterdammer. Hij woonde in de Krugerstraat 36-II, in de Transvaalbuurt.
* Datering: Hoewel het besluit op 12 mei 1942 is getekend, wordt expliciet vermeld dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942.
* Ondertekening: Het besluit is uitgevaardigd onder verantwoordelijkheid van Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting. Dit document is een direct bewijs van de economische uitsluiting van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 en 1942 vaardigde de Duitse bezetter, vaak uitgevoerd door het Nederlandse ambtenarenapparaat, talloze verordeningen uit die Joden verboden hun beroep uit te oefenen of een eigen bedrijf te voeren.
De Transvaalbuurt, waar de Retiefstraat ligt, was een buurt met zeer veel Joodse inwoners. De intrekking van de marktvergunning van Arnold Dotsch was geen incident, maar onderdeel van de stelselmatige beroving en isolatie van de Joodse bevolking ("entjudung" van de economie).
Historische bronnen (zoals de database van het Joods Monument) bevestigen dat Arnold Dotsch en zijn gezin zijn weggevoerd. Arnold Dotsch zelf is op 31 augustus 1943 vermoord in Auschwitz. Dit schijnbaar zakelijke, administratieve document markeert een stap in het proces van rechteloosheid dat uiteindelijk leidde tot de deportatie en vernietiging van de betrokkene.