Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (stempel), met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942. [Links boven, stempel/handschrift:] N^o 39/65/91
[Midden boven, handschrift:] 23/5
[Rechts boven, handschrift/handtekening:] HMuller [?]
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2. [Cijfer '2' is handgeschreven]
[Afbeelding van het wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Jacob Koster, geboren 24 Mei 1896,
wonende Wagenaarstraat 72 II, bij beschikking d.d. 17 Januari 1940,
No.764 L.M. -1939- verleende vergunning tot het innemen van een
vaste standplaats ten verkoop van bloemen op den openbaren weg,
den rijweg van de Tweede Oosterparkstraat, vóór den zijgevel van
perceel Linnaeusstraat 16, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13
Januari 1942, in te trekken.
vld [?]
Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
[De datum '12 MEI 1942' is met een paarse stempel aangebracht]
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
[De naam 'Voûte' is met een paarse stempel aangebracht]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[De naam 'J. F. FRANKEN' is met een paarse stempel aangebracht]
[Links onder, druk:] K 350 Dit document is een formeel besluit waarin een vergunning voor een bloemenkraam wordt ingetrokken. Het betreft een zogenaamd 'afschrift', een officiële kopie van het oorspronkelijke besluit voor de administratie of de betrokkene.
Opvallend is de datering: hoewel het besluit is gestempeld op 12 mei 1942, wordt de intrekking met terugwerkende kracht effectief gesteld vanaf 13 januari 1942. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de nationaalsocialistische burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De bureaucratische afhandeling door de gemeentesecretaris J.F. Franken toont de voortzetting van het reguliere bestuur onder toezicht van de bezetter.
De locatie van de standplaats (hoek Tweede Oosterparkstraat / Linnaeusstraat) bevindt zich in Amsterdam-Oost, een wijk die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. Dit document moet worden gelezen in het kader van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Jacob Koster was een Joodse Amsterdammer. In de loop van 1941 en 1942 vaardigde de bezetter, vaak uitgevoerd door het collaborerende gemeentebestuur, talloze verordeningen uit om Joden systematisch uit het economische en openbare leven te weren.
Het intrekken van vergunningen voor markt- en straathandel was een specifiek onderdeel van dit beleid. Joodse handelaren mochten hun beroep niet meer uitoefenen op de openbare weg. De terugwerkende kracht tot januari 1942 sluit aan bij de periode waarin de beperkingen voor Joodse ondernemers en zzp'ers sterk werden aangescherpt. Jacob Koster overleefde de oorlog niet; volgens archieven van de Oorlogsgravenstichting en Yad Vashem werd hij in september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document markeert een stap in het proces van rechteloosmaking die aan zijn deportatie voorafging. J.F. Franken