Afschrift van een burgemeestersbesluit (gemeente Amsterdam).
Origineel
Afschrift van een burgemeestersbesluit (gemeente Amsterdam). 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven:]
Nº 39/65/96 M. 1342 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Midden boven: Wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven:]
Mw [handgeschreven]
A. Muller [handgeschreven handtekening]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Abraham Weening,
geboren 19 Februari 1888, wonende Spaarnwouderdijk 107, bij beschik-
king d.d. 16 Maart 1940 No. 5/22 L.M. 1940 verleende vergunning
tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van alco-
holvrije dranken, koek, gebak, verpakte drups, drop, chocolade-arti-
kelen en consumptieijs op den openbaren weg, den Admiraal de Ruyter-
weg, hoek Sloterdijkermeerweg, bij deze, gerekend te zijn ingegaan
13 Januari 1942, in te trekken.
vM
Amsterdam, 12 MEI 1942 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:]
K 350 Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam tot het intrekken van een ventvergunning. De vergunning was oorspronkelijk verleend op 16 maart 1940 aan Abraham Weening voor een standplaats op de hoek van de Admiraal de Ruyterweg en de Sloterdijkermeerweg. Hij verkocht daar snoepgoed, ijs en frisdrank.
Opvallende elementen:
* Retroactiviteit: De intrekking wordt op 12 mei 1942 getekend, maar gaat met terugwerkende kracht in per 13 januari 1942.
* Ondertekening: Het document is ondertekend door Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester die tijdens de bezetting door de Duitsers was aangesteld.
* Bureaucratie: Het gebruik van paarse stempels voor de namen ("get.") duidt aan dat dit een officieel afschrift is van het originele besluit voor de administratie. Dit document moet worden gezien in het licht van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Abraham Weening was van Joodse afkomst. Vanaf 1941 voerden de bezettingsautoriteiten een reeks verordeningen in om Joden volledig uit het economische leven te bannen (Entjudung).
Het intrekken van standplaatsvergunningen voor Joodse straathandelaren was een standaardmethode om hen van hun bron van inkomsten te beroven. De datum van intrekking (januari 1942) valt samen met de periode waarin de beperkende maatregelen voor Joodse ondernemers en zzp'ers sterk werden geïntensiveerd.
Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Abraham Weening de oorlog niet heeft overleefd; hij werd op 23 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitsluiting die aan de deportatie voorafging.