Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 319
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Administratieve notitie/verslag op een officieel bijblad ("Alg. Zaken Model No. 14").

Dossier: 14, 46

Origineel

Administratieve notitie/verslag op een officieel bijblad ("Alg. Zaken Model No. 14"). [Bovenaan, handgeschreven boven het kader]
Is het vorig jaar in den handel gegaan.

[In het kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 46A / 1/3 1942
DOORGEZONDEN: 10/1-142.

[Marginale aantekeningen rechtsboven]
ni [naar?] Insp.
advies s.v.p.
13/1 '42

Veldman
oproepen
21-1-'42
[paraaf/naam, mogelijk "De Heer"]
p 26-1-'42
10 1/2-12 uur

[Hoofdtekst]
A. Veldman bij mij ontboden deelde mij mede, door anderen te zijn opgepruit om een klacht in te dienen.
A. Veldman is in het seizoen 1940-1941 voor het eerst in mosselen gaan handelen.
Tot de groep mosselenventers, die reeds voor 1940/1941 geregeld met mosselen hebben gevent behoort hij dus niet.
Aan de tot deze groep behoorende venters wordt als regel meer mosselen toegewezen dan aan hen die later met mosselen zijn gaan venten. Veldman wist dan ook geen enkel feit te noemen waarbij kan worden aangetoond

[Linksonder in de marge]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk verslag betreffende een klacht van een zekere A. Veldman over de toewijzing van mosselen. De kern van de zaak is de prioritering in de distributie: handelaren die reeds vóór het seizoen 1940-1941 actief waren, kregen een groter quotum toegewezen dan nieuwkomers. Veldman wordt aangemerkt als een nieuwkomer.

Opvallend is de woordkeuze van de ambtenaar: hij stelt dat Veldman door derden is "opgepruit" (opgestookt) om een klacht in te dienen. Dit duidt op een vermoeden van georganiseerde onvrede onder de venters. Veldman kon echter geen specifieke feiten aandragen om zijn klacht kracht bij te zetten. De marginale aantekeningen tonen de administratieve afhandeling: het dossier werd voor advies naar een inspecteur gestuurd en Veldman werd opgeroepen voor hoorzittingen op 21 en 26 januari 1942. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog. Onder de Duitse bezetting was er in Nederland sprake van een schaarste-economie waarbij de handel in vrijwel alle levensmiddelen strikt werd gereguleerd via een distributiestelsel. Mosselen waren een belangrijke voedselbron die niet direct "op de bon" ging zoals vlees of brood, maar waarvan de handel wel via vergunningen en toewijzingen (quota) door overheidsinstanties (zoals de Rijksinspectie voor de Visserij) werd beheerd.

Dergelijke documenten illustreren de bureaucratische controle op de kleine handel en de spanningen die ontstonden wanneer nieuwkomers in een krimpende markt probeerden te concurreren met gevestigde belangen. Het gebruik van "Model No. 14" van "Alg. Zaken" wijst op een gestandaardiseerde werkwijze van de toenmalige rijksadministratie. A. Veldman M. No

Samenvatting

Het document is een ambtelijk verslag betreffende een klacht van een zekere A. Veldman over de toewijzing van mosselen. De kern van de zaak is de prioritering in de distributie: handelaren die reeds vóór het seizoen 1940-1941 actief waren, kregen een groter quotum toegewezen dan nieuwkomers. Veldman wordt aangemerkt als een nieuwkomer.

Opvallend is de woordkeuze van de ambtenaar: hij stelt dat Veldman door derden is "opgepruit" (opgestookt) om een klacht in te dienen. Dit duidt op een vermoeden van georganiseerde onvrede onder de venters. Veldman kon echter geen specifieke feiten aandragen om zijn klacht kracht bij te zetten. De marginale aantekeningen tonen de administratieve afhandeling: het dossier werd voor advies naar een inspecteur gestuurd en Veldman werd opgeroepen voor hoorzittingen op 21 en 26 januari 1942.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog. Onder de Duitse bezetting was er in Nederland sprake van een schaarste-economie waarbij de handel in vrijwel alle levensmiddelen strikt werd gereguleerd via een distributiestelsel. Mosselen waren een belangrijke voedselbron die niet direct "op de bon" ging zoals vlees of brood, maar waarvan de handel wel via vergunningen en toewijzingen (quota) door overheidsinstanties (zoals de Rijksinspectie voor de Visserij) werd beheerd.

Dergelijke documenten illustreren de bureaucratische controle op de kleine handel en de spanningen die ontstonden wanneer nieuwkomers in een krimpende markt probeerden te concurreren met gevestigde belangen. Het gebruik van "Model No. 14" van "Alg. Zaken" wijst op een gestandaardiseerde werkwijze van de toenmalige rijksadministratie.

Genoemde Personen 2

A. Veldman M. No

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Mossel Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6