Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 25 november 1942. Onbekend (geen handtekening onderaan de pagina, mogelijk vervolgpagina ontbrekend of code "47/45" als referentie). Den Heer Duinhoven
Marktwezen,
Amsterdam
A’dam 25 Nov. 1942.
Mijnheer!
Betreft : Vergunning Mosselenkokerij.
Sedert een aantal jaren maak ik er ieder winter mijn bedrijf van mosselen te koken. Vóór de oorlog bakte ik visch, daarnaast kookte ik mosselen in een speciaal daarvoor ingerichte zaak aan de Sallaertstraat 64.
Ik heb dan ook een aanvraag tot het Centraal Mosselenkantoor gericht, om een vergunning te verkrijgen tot het koken van mosselen.
Op dit schrijven kreeg ik deze dagen een afwijzend antwoord, dat luidde:
"Op grond van door ons ingewonnen informaties kunnen wij aan U geen vergunning verlenen voor het koken van mosselen."
Het is mij niet duidelijk waar deze informaties vandaan moeten komen, daar ik op verschillende manieren (Keurmeesters, Omzetbelasting, Prijsbeheersching) kan aantoonen, dat ik reeds vóór den oorlog en gedurende den oorlog geregeld mosselen kookte en dat dit in de wintermaanden mijn hoofdbedrijf was.
Ik ben dus in hooge mate door het besluit van het "Centraal Verkoopkantoor van Mosselen" ernstig gedupeerd, zoodat ik het beleefde verzoek tot U richt Uw bemiddeling te willen verleenen, dat deze beslissing ongedaan wordt gemaakt en dat mij een vergunning alsnog wordt verleend. In deze brief beklaagt een Amsterdamse ondernemer zich over de afwijzing van een vergunning voor het koken van mosselen. De schrijver voert aan dat dit bedrijf (gevestigd aan de Sallaertstraat 64) al jarenlang, ook van vóór de oorlog, zijn belangrijkste inkomstenbron in de wintermaanden vormt.
De toon is formeel en respectvol ("Mijnheer", "beleefde verzoek"), maar ook verontwaardigd over de vage reden van afwijzing ("ingewonnen informaties"). De schrijver beroept zich op bewijsbare feiten zoals belastingafdrachten en keuringen om zijn rechtmatigheid aan te tonen. Hij vraagt de heer Duinhoven van de dienst Marktwezen om te bemiddelen bij het Centraal Mosselenkantoor. De brief dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren was de distributie van voedsel en de uitoefening van beroepen strikt gereguleerd door centrale instanties (de zogenaamde 'Centrales' of vakgroepen).
Het "Centraal Verkoopkantoor van Mosselen" was zo'n orgaan dat bepaalde wie mocht handelen of produceren. De schaarste aan voedsel en brandstof maakte dergelijke vergunningen van levensbelang voor kleine ondernemers. De verwijzing naar "Prijsbeheersching" duidt op de strenge controle op woekerprijzen en zwarte handel door de bezetter en de Nederlandse overheid. Het Marktwezen in Amsterdam speelde een cruciale rol in de dagelijkse handhaving van deze regels op de lokale markten en in de winkels.