Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie. 10 juni 1942. De Directeur (van de Gemeentelijke Vischafslag te Amsterdam). Den Heer Inspecteur der Successie en Registratie, Spuistraat, Amsterdam-Centrum (Wijk 6). [Handgeschreven, boven gecentreerd:]
verzonden 10/6
[Rechtsboven:]
HB.
[Adresseringsblok:]
den Heer Inspecteur der
Successie en Registratie,
Spuistraat,
Amsterdam-Centrum. Wijk 6.
[Links:]
46A/3/6 M. 1.
[Datum:]
10 Juni 1942.
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een verklaring te doen
toekomen, houdende opgave van de opbrengsten der in de maand Mei
1942 door den Gemeentelijken Vischafslag alhier verkochte consig-
natie-en handelsvisch.
[Afsluiting:]
De Directeur, Deze brief is een formele kennisgeving van de directeur van de Gemeentelijke Vischafslag in Amsterdam aan de Inspecteur der Successie en Registratie. Het doel van de brief is het overleggen van een financiële opgave (verklaring) van de opbrengsten van visverkopen over de maand mei 1942.
Er wordt specifiek onderscheid gemaakt tussen 'consignatievis' (vis die voor rekening van derden wordt verkocht) en 'handelsvis'. De brief is kort en zakelijk, geschreven in de destijds gebruikelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Het kenmerk linksboven suggereert een gestructureerde administratie. De handgeschreven aantekening "verzonden 10/6" bevestigt de daadwerkelijke verzending op de dag van datering. De brief dateert uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en was de Gemeentelijke Vischafslag een cruciaal punt in de distributieketen.
De "Inspecteur der Successie en Registratie" was een belastingambtenaar. De melding van de opbrengsten had waarschijnlijk te maken met het afdragen van registratierechten of andere belastingen over de verhandelde goederen. In oorlogstijd was de administratieve controle op handelsstromen en opbrengsten door de overheid (en de bezetter) zeer streng om zwarte handel tegen te gaan en belastinginkomsten te garanderen voor de staatskas. De Vischafslag in Amsterdam bevond zich destijds aan de De Ruyterkade.
Samenvatting
Deze brief is een formele kennisgeving van de directeur van de Gemeentelijke Vischafslag in Amsterdam aan de Inspecteur der Successie en Registratie. Het doel van de brief is het overleggen van een financiële opgave (verklaring) van de opbrengsten van visverkopen over de maand mei 1942.
Er wordt specifiek onderscheid gemaakt tussen 'consignatievis' (vis die voor rekening van derden wordt verkocht) en 'handelsvis'. De brief is kort en zakelijk, geschreven in de destijds gebruikelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Het kenmerk linksboven suggereert een gestructureerde administratie. De handgeschreven aantekening "verzonden 10/6" bevestigt de daadwerkelijke verzending op de dag van datering.
Historische Context
De brief dateert uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en was de Gemeentelijke Vischafslag een cruciaal punt in de distributieketen.
De "Inspecteur der Successie en Registratie" was een belastingambtenaar. De melding van de opbrengsten had waarschijnlijk te maken met het afdragen van registratierechten of andere belastingen over de verhandelde goederen. In oorlogstijd was de administratieve controle op handelsstromen en opbrengsten door de overheid (en de bezetter) zeer streng om zwarte handel tegen te gaan en belastinginkomsten te garanderen voor de staatskas. De Vischafslag in Amsterdam bevond zich destijds aan de De Ruyterkade.