Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie. 26 mei 1942 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 27/5"). De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke instantie belast met voedselvoorziening of marktwezen). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. [Handgeschreven in blauw potlood bovenaan:]
Verzonden 27/5 Huperburg [?]
VB/HB.
den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
Jul.v. Stolbergplein 3-4,
Den Haag.
46A/4/31 M.
26 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 Mei j.l. No.7812
Afd.V./Vij., heb ik de eer U te berichten , dat kleinhandelaren,
welke hun visch buiten de gemeente Amsterdam verkoopen, niet
op de verdeellijst voor zoetwatervisch enz. zijn geplaatst,
zulks overeenkomstig de afspraak met Uwen Heer Veldkamp.
Deze handelaren zullen dus hun visch rechtstreeks
van hun leverancier dienen te betrekken.
De Directeur, In deze korte brief uit mei 1942 wordt een administratieve beslissing bevestigd aangaande de handel in vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de boodschap is dat kleinhandelaren die hun vis buiten Amsterdam verkopen, niet zijn opgenomen in de officiële "verdeellijst" voor zoetwatervis. Dit betekent dat zij geen beroep kunnen doen op de centrale toewijzing van deze goederen, maar zelf hun voorraad rechtstreeks bij leveranciers moeten inkopen.
Er wordt expliciet verwezen naar een eerdere afspraak met een zekere "Heer Veldkamp", wat duidt op direct overleg tussen de lokale Amsterdamse instanties en de landelijke Visscherijcentrale om de distributiekanalen scherp af te bakenen. De afkorting "Afd.V./Vij." in de referentie van de ontvanger staat waarschijnlijk voor Afdeling Voeding/Visserij. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren was de voedselvoorziening streng gereguleerd via een systeem van distributie en rantsoenering om tekorten te beheersen. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een van de organisaties die door de bezetter werden ingezet (of onder hun toezicht stonden) om de visserijsector en de handel in visproducten te controleren.
Zoetwatervis werd in deze periode extra belangrijk omdat de zeevisserij door de oorlogvoering op de Noordzee (mijnen, blokkades) sterk was ingeperkt. De brief illustreert de bureaucratische processen die nodig waren om te bepalen wie wel en wie niet recht had op toewijzingen uit de schaarse centrale voorraden. Het feit dat handelaren buiten de gemeente Amsterdam werden uitgesloten van de Amsterdamse lijst, wijst op een strikte geografische scheiding van de distributiebevoegdheden.