Ambtelijke brief/doorslag.
Origineel
Ambtelijke brief/doorslag. 19 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst voor de Levensmiddelen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier (ter plaatse). [Rechtsboven handgeschreven:] den Inspecteur
[Linksboven een groot handgeschreven kruis door de koptekst]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
vD/HG.
46A/4/37 II. 19 Juni 1942.
Blokkeering standplaats-
vergunningen voor visch.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 dezer No.259 L.M.
1942 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij met de door U voorge-
stelde regeling volkomen kan vereenigen; ik moge U beleefd verzoeken
een desbetreffend Besluit van den Burgemeester uit te lokken.
De Directeur, De brief is een formeel ambtelijk schrijven waarin de Directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst zijn instemming betuigt met een voorstel van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het onderwerp is de "blokkering" (stopzetting of bevriezing) van vergunningen voor viskramen/standplaatsen. De Directeur verzoekt de Wethouder om de procedure voort te zetten door een officieel besluit van de burgemeester te laten uitvaardigen ("uit te lokken"). De toon is uiterst hoffelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de distributie van voedsel (levensmiddelen) strikt gereguleerd door de bezetter en het collaborerende of gelijkgeschakelde bestuur.
De term "blokkering" van standplaatsvergunningen kan in deze specifieke context wijzen op twee zaken:
1. Anti-Joodse maatregelen: In 1941 en 1942 werden Joodse ondernemers en marktkooplieden stelselmatig uit het economische leven verdreven. Het intrekken of blokkeren van vergunningen was een veelgebruikte methode om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen.
2. Schaarste en distributie: Vanwege de toenemende voedseltekorten werd de handel in vis streng gecontroleerd om de zwarte markt tegen te gaan en de officiële distributie (op de bon) te waarborgen.
Gezien de datum en de terminologie is het zeer aannemelijk dat dit besluit deel uitmaakte van de verscherpte economische controle of de uitsluiting van bepaalde groepen van de markt.
Samenvatting
De brief is een formeel ambtelijk schrijven waarin de Directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst zijn instemming betuigt met een voorstel van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het onderwerp is de "blokkering" (stopzetting of bevriezing) van vergunningen voor viskramen/standplaatsen. De Directeur verzoekt de Wethouder om de procedure voort te zetten door een officieel besluit van de burgemeester te laten uitvaardigen ("uit te lokken"). De toon is uiterst hoffelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.
Historische Context
Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de distributie van voedsel (levensmiddelen) strikt gereguleerd door de bezetter en het collaborerende of gelijkgeschakelde bestuur.
De term "blokkering" van standplaatsvergunningen kan in deze specifieke context wijzen op twee zaken:
1. Anti-Joodse maatregelen: In 1941 en 1942 werden Joodse ondernemers en marktkooplieden stelselmatig uit het economische leven verdreven. Het intrekken of blokkeren van vergunningen was een veelgebruikte methode om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen.
2. Schaarste en distributie: Vanwege de toenemende voedseltekorten werd de handel in vis streng gecontroleerd om de zwarte markt tegen te gaan en de officiële distributie (op de bon) te waarborgen.
Gezien de datum en de terminologie is het zeer aannemelijk dat dit besluit deel uitmaakte van de verscherpte economische controle of de uitsluiting van bepaalde groepen van de markt.