Ambtelijke brief/memorandum van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum van de Gemeente Amsterdam. 10 juni 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, Gemeente Amsterdam. Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven, paars]: N^o 464/4/38.
[Stempel rechtsboven, paars]: M. 1342 ^19/6
[Logo Gemeente Amsterdam: Wapen met twee leeuwen]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Aan
den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. L.M. No. 259 Bijlagen -1942-
Uw brief:
Datum: 10 Juni 1942.
Onderwerp:
[Handgeschreven aantekening in potlood]: m.i. dir mp. spoed. [paraaf]
— Bij besluit van 22 Mei j.l. werd na overleg mét U besloten, de vent- en standplaatsvergunningen voor zoetwatervisch, aal en paling daaronder begrepen, garnalen en zeevisch waarvoor maximumprijzen zijn vastgesteld, in te trekken.
De uitvoering van dat besluit geeft in de practijk aanleiding tot moeilijkheden, daar thans door verschillende vischventers, die voor de z.g. verdeelvisch niet in aanmerking komen (o.a. vele venters uit Monnickendam en Marken), wordt verzocht hun ventvergunning over te
* schrijven op "visch waarvoor geen maximumprijzen" zijn vastgesteld.
Aangezien op grond van bovenbedoeld besluit deze verzoeken niet kunnen worden geweigerd en inwilliging hiervan de regeling inzake den straathandel in visch buiten de daarvoor aangewezen markten in gevaar zou kunnen brengen, stel ik voor de zinsnede: "waarvoor maximumprijzen zijn vastgesteld" te schrappen.
Gaarne ontvang ik hierover Uw advies.
vM [paraaf]
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Handgeschreven handtekening]
Model G.A. 5. 25.000-2-'41 Dit document illustreert de bureaucratische strijd om controle over de voedselvoorziening in oorlogstijd.
- Het juridische probleem: Op 22 mei 1942 was besloten vergunningen in te trekken voor de straathandel in vissoorten waarvoor door de overheid maximumprijzen waren vastgesteld. Dit was bedoeld om prijsopdrijving en zwarte handel tegen te gaan.
- De maas in de wet: Vischventers (met name de traditionele handelaren uit de regio, zoals Monnickendam en Marken) vonden een juridisch achterdeurtje. Zij vroegen aan om hun vergunning te wijzigen naar vissoorten waarvoor geen maximumprijzen golden. Omdat het oorspronkelijke besluit alleen sprak over vis met maximumprijzen, kon de gemeente deze aanvragen formeel niet weigeren.
- De voorgestelde oplossing: De wethouder stelt voor om de beperkende tekst "waarvoor maximumprijzen zijn vastgesteld" simpelweg te schrappen uit het eerdere besluit. Hierdoor wordt de intrekking van vergunningen algemeen, waardoor de straathandel buiten de officiële markten effectief wordt drooggelegd. De brief dateert van juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode onderworpen aan een streng systeem van distributie en prijsbeheersing. 'Verdeelvisch' was de vis die via het officiële distributiesysteem aan de bevolking werd toegewezen.
De autoriteiten probeerden de ambulante straathandel (het 'venten') in te perken ten gunste van centrale markten, waar de controle op prijzen en kwaliteit eenvoudiger was. Voor de venters uit vissersdorpen als Monnickendam en Marken, die van generatie op generatie hun vis in de Amsterdamse straten verkochten, betekenden dergelijke maatregelen een directe bedreiging van hun eeuwenoude broodwinning. De brief toont aan hoe de gemeente Amsterdam proactief zocht naar wegen om de handel in deze schaarse goederen volledig onder haar regie te krijgen. L.M. No O.Z. Voorburgwal Gemeente Amsterdam Marktwezen