Getypt memorandum of briefdeel op papier.
Origineel
Getypt memorandum of briefdeel op papier. [Handgeschreven in linker marge:]
- /
v. a. de
instelling van
voor Thal
[Hoofdtekst:]
Indien men echter het standpunt wil innemen, dat op de verdeellijsten alleen die personen mogen voorkomen, die in de basisjaren 1939 en 1940 bij voortduring en uitsluitend het beroep van vischhandelaar hebben uitgeoefend en die ook thans nog uitsluitend dit beroep uitoefenen, dan lijkt het mij, mede in verband met de in uitvoering zijnde organisatie van het bedrijfsleven (met name de vakgroepen/" visch " waarvoor zoover mij bekend zal bij die organisatie ook een scheiding tusschen groot- en kleinhandel worden doorgevoerd), gewenscht om deze aangelegenheid principieel bij de Nederlandsche visscherijcentrale aanhangig te maken. In dien dit standpunt in Den Haag zou worden aanvaard, dan staat het wel vast, dat vele kooplieden van de verdeelingslijsten moeten worden geschrapt. Ik moge U derhalve beleefd in overweging geven om deze aangelegenheid onder overlegging van de onderhavige adressen, voor te leggen aan den Directeur der Nederlandsche visscherijcentrale.
In verband met het bovenstaande leg ik in bijlage dezes een lijst over van vischhandelaren, die tevens in het bezit zijn van een kooperskaart der Centrale Markt.
De Directeur,
[Handtekening] De kern van dit document is een beleidsmatige discussie over de criteria voor opname op de "verdeellijsten" (distributielijsten) voor de vishandel. De schrijver (een niet nader genoemde directeur) stelt voor om zeer strikte voorwaarden te hanteren: men moet al vóór de oorlog (1939-1940) uitsluitend als vishandelaar werkzaam zijn geweest en dat nu nog steeds zijn.
De auteur merkt op dat het invoeren van deze strikte regels grote gevolgen zal hebben: veel handelaren die momenteel op de lijsten staan, zouden dan geschrapt worden. Hij legt een verband met de nieuwe ordening van het bedrijfsleven (de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie of 'vakgroepen'), waarbij een scherp onderscheid tussen groot- en kleinhandel wordt nagestreefd. De directeur adviseert om deze principiële kwestie voor te leggen aan het hoofdkantoor van de Nederlandsche Visscherijcentrale in Den Haag. Als bijlage wordt een lijst meegezonden van handelaren die tevens over een koperskaart van de Centrale Markt beschikken, wat vermoedelijk diende als bewijs van hun professionele status. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse economie onderworpen aan een streng systeem van distributie en overheidsregulering vanwege de toenemende schaarste.
De "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) was het centrale orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de distributie van visproducten. De oprichting van "Vakgroepen" maakte deel uit van de reorganisatie van het bedrijfsleven naar Duits model (de zogenaamde Organisatie-Woltersom). Dit document illustreert de bureaucratische strijd om te bepalen wie er recht had op handelsvoorraden; door de criteria te verstrakken tot de vooroorlogse situatie, probeerde men "gelukzoekers" of nieuwe handelaren die de schaarste wilden benutten, uit de markt te weren en de controle over de schaarse goederen te behouden. De handgeschreven term "voor Thal" verwijst mogelijk naar een specifieke ambtenaar of afdeling binnen de administratie.