Administratieve brief (doorslag of kopie).
Origineel
Administratieve brief (doorslag of kopie). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Dienst der Markten of de Keuringsdienst van Waren). [Handgeschreven in blauw: Verzonden 27/6] [Handgeschreven in blauw: Inspecteur]
VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46A/4/43 M. 27 Juni 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 dezer No.259 L.M.
1942 heb ik de eer U te berichten, dat naar mijn meening zonder
bezwaar het Besluit van den Burgemeester d.d. 22 Mei j.l. kan
worden gewijzigd, zooals door U in voornoemden brief is aange-
geven.
Ik acht het inderdaad, in verband met de getroffen rege-
ling voor den straathandel, ongewenscht, dat het venten met
zeevisch, zoolang daarvoor geen maximumprijzen zijn vastgesteld,
zou worden toegelaten.
De Directeur, * Onderwerp: Regulering van de straathandel in vis tijdens de bezettingsjaren.
* Kernboodschap: De Directeur stemt in met een voorstel van de Wethouder om een eerder besluit van de Burgemeester te wijzigen. Het doel is om het venten (huis-aan-huis verkoop) van zeevis te verbieden zolang er geen maximumprijzen voor zijn vastgesteld.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "ongewenscht", "voornoemden"). Het gebruik van de 'n' in naamvallen ("den Heer", "den straathandel") is kenmerkend voor de schrijftaal van die tijd.
* Administratieve context: De brief verwijst naar eerdere correspondentie (brief van 18 juni) en een formeel besluit (22 mei). De afkorting 'L.M.' in het kenmerk van de wethouder staat waarschijnlijk voor 'Levensmiddelen'. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de schaarste aan voedsel groot en was de distributie en prijsvorming volledig onderworpen aan overheidscontrole.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Om prijsopdrijving en zwarte handel tegen te gaan, stelde de overheid voor steeds meer producten maximumprijzen vast. Uit deze brief blijkt dat zeevis op dat moment nog niet aan dergelijke prijsvoorschriften was gebonden. Om te voorkomen dat handelaren buiten het zicht van de controleurs woekerprijzen zouden vragen bij het uitventen langs de deuren, adviseert de directeur om deze vorm van straathandel op te schorten totdat de prijzen wettelijk aan banden zijn gelegd. Dit illustreert de totale controle van de overheid op de economie en het dagelijks leven in oorlogstijd.