Typoscript (ambtelijke brief/rapportage).
Origineel
Typoscript (ambtelijke brief/rapportage). 26 juni 1942. [Handgeschreven bovenin:] Gem. Marktwezen [rechtsboven:] 752
Centrale Crisis Controle Dienst
Afdeeling Spijsvetten & Visscherij
District 1d
Amsterdam
Amsterdam, 26 Juni 1942
J.v.Lennepkade 25 II
Tel. 85370
[Stempel/kenmerk:] No 46A/y/44 [Paraaf met datum 20/6]
Betreft: Controle op de aanvoer/verdeeling/resp. verkoop van zoet-watervisch met in begrip van aal,paling en garnalen te Amsterdam.
Naar aanleiding van een verzoek van den Heer Sixma, Directeur van het Gem.Marktwezen te Amsterdam,deel ik het volgende mede:
De regeling van de vischvoorziening van de gemeente A’dam is wettelijk vastgelegd in het 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 en is met ingang van 18 Mei 1942 in werking getreden.
De controle op deze regeling gebeurt:
1e door het Gem. Marktwezen zelf
2e door de CCCD,Afdeeling Spijsvetten & Visscherij
Deze controle kan gesplitst worden in:
1e De controle op de groothandelaren,die ingevolge art.3 van het 2e Uitvoeringsbesluit verplicht zijn een wekelijks door de Centrale vast te stellen hoeveelheid visch aan den afslag te leveren.
2e De controle op vischhandelaren en andere personen,die visch buiten den afslag om in Amsterdam per boot spoor of andere gelegenheid aanvoeren.
3e De controle op de kleinhandelaren,die voorkomen op de ingevolge art.4 van het 2e Uitvoeringsbesluit door het Marktwezen in opdracht van de Centrale opgemaakte verdeellijst. Dat zijn:
a de winkeliers,die de visch in hun winkel moeten verkoopen.
b de marktkooplieden,die de visch ingevolge art. 7 van het Uitvoeringsbesluit op de hun toegewezen markten moeten verkoopen.
Deze controles zullen achtereenvolgens behandeld worden en wel:
1e. Deze controle geschiedt door de CCCD. Te dien einde wordt de per groothandelaar/per week/werkelijke hoeveelheid aangevoerde visch vergeleken met de hoeveelheid,die ze verplicht waren aan te voeren. De voorloopige indruk is, dat er groothandelaren zijn, die zich niet aan deze verplichting houden en minder leveren. Tegen deze wordt en zal ook in de toekomst opgetreden worden.
2e. Ook deze controle geschiedt door de CCCD. Mijn indruk is, dat er nog hoeveelheden visch worden aangevoerd buiten de A’damsche afslag om. De moeilijkheid bij deze controle is echter, dat feitelijk alleen tegen vischhandelaren opgetreden kan worden, die georganiseerd zijn, daar het 2e Uitvoeringsbesluit steunt op het Visscherijbesluit, in welk besluit alleen over georganiseerden bij de Visscherij Centrale wordt gesproken. De z.g. scharrelaars vallen er dus buiten, tenzij bewezen kan worden, dat ze de vischhandel als bedrijf uitoefenen, in welk geval ze vervolgd kunnen worden op grond van overtreding van art. 1 van het Visscherijbesluit. Wordt echter overtreding van de prijsvoorschriften geconstateerd, dan is dit vrij wat eenvoudiger, aangezien dan ieder is te vervolgen.
De moeilijkheid blijft echter, dat niet volstaan kan worden met te veronderstellen, dat de visch te duur is verkocht, doch dat dit ook bewezen moet worden; dit moet b.v. blijken uit bij de zending behoorende facturen, nota’s e.d. of uit verklaringen van kooper en verkooper, dat te duur is gekocht resp. verkocht.
3e. Hier zijn circa 200 winkeliers te controleeren. Eisch is, dat de CCCD iederen dag van te voren weet, welke winkeliers visch van de A’damsche afslag hebben gekregen, opdat deze het eerst gecontroleerd kunnen worden. Deze gegevens moeten door hulpopzichter Stam van het Marktwezen worden verstrekt.
[Rechtsonder handgeschreven:] 46A/4 Dit document is een ambtelijk verslag van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD) aan de directeur van het Amsterdams Gemeentelijk Marktwezen. Het beschrijft de handhavingsstrategie met betrekking tot het 'Visscherijbesluit 1941'.
De kernpunten zijn:
* Handhaving van de keten: De controle richt zich op drie niveaus: de groothandel (aanvoerplicht bij de afslag), de illegale aanvoer (buiten de afslag om), en de detailhandel (winkeliers en marktkooplieden op de verdeellijst).
* Juridische mazen: De schrijver signaleert een probleem bij de vervolging van 'scharrelaars' (niet-georganiseerde handelaren). Omdat zij niet officieel geregistreerd staan, is het lastig hen op basis van het Visscherijbesluit aan te pakken, tenzij prijsfraude aangetoond kan worden.
* Bewijslast: Er wordt nadruk gelegd op de noodzaak van bewijslast (facturen, getuigenverklaringen) om woekerprijzen aan te pakken.
* Samenwerking: Er is sprake van een nauwe samenwerking tussen de CCCD en het Marktwezen, waarbij informatie over de dagelijkse visdistributie cruciaal is voor gerichte controles. Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode heerste er een strikt distributiesysteem vanwege voedseltekorten. De CCCD was een beruchte instantie die toezicht hield op de naleving van de economische voorschriften en de bestrijding van de zwarte markt.
Zoetwatervis, aal en garnalen waren belangrijke voedselbronnen nu veel andere producten op de bon waren of schaars werden. De bezetter en de Nederlandse overheidsapparaten probeerden de volledige controle over de voedselketen te behouden om de zwarte handel te beperken en de voedselvoorziening (vaak ook ten behoeve van de bezetter) te reguleren. Het document illustreert de bureaucratische strijd tegen de 'vrije' handel, die in oorlogstijd als economische sabotage of illegale winstbejag werd beschouwd. De genoemde "Heer Sixma" was een bekende figuur binnen de Amsterdamse gemeentelijke hiërarchie van die tijd.