Ambtelijk memorandum / handgeschreven bericht.
Origineel
Ambtelijk memorandum / handgeschreven bericht. 25 augustus 1942 (genoteerd als 25/8 42). Onbekend (mogelijk een functionaris van de voedselvoorziening of visserij-inspectie, ondertekening onduidelijk). Weth. Lu. (Wethouder De Lugt, Amsterdam). 46a/4/53 / 25/8 42
Weth. Lu.
Voor de goede orde heb ik de eer u mede
te delen, dat mij door de Directie
der Visscherij Centrale Den Haag heden het
volgende telefonisch werd bericht:
In opdracht van den Rijkscommissaris
zullen deze week en gedeeltelijk in de volgende
week vanwege de gemelde Centrale verschillende
partijen gerookte paling naar verschillende
fabrieken te Amsterdam worden gezonden
ten behoeve van het personeel; o.a. wordt
kilo. 6000 kg gezonden naar de Fokker fabrieken.
Deze paling mag niet over den afslag
worden aangevoerd; de levering geschiedt
dus buiten de bemoeiing van de gemeente
om.
Het ligt in de bedoeling dergelijke
zendingen eens in de vier weken te
doen geschieden.
[Onduidelijke handtekening/paraaf]
Week 29/6 – 5/7 - 7787 kilo.
" 6/7 – 12/7 - 9326 "
" 13/7 – 19/7 - 7155 "
" 20/7 – 26/7 - 7578 "
" 27/7 – 2/8 - 7209 "
" 3/8 – 9/8 - 6983 "
" 10/8 – 16/8 - 6222 " Het document is een verslag van een telefonische mededeling vanuit de Rijksvisserijcentrale in Den Haag aan de Amsterdamse wethouder van Voedselvoorziening. De kern van de boodschap is een bevel van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) om grote hoeveelheden gerookte paling direct aan Amsterdamse fabrieken te leveren als extra rantsoen voor het personeel.
Cruciaal in de tekst is de zinsnede dat dit "buiten de bemoeiing van de gemeente om" gebeurt en dat de vis niet via de reguliere visafslag mag worden verhandeld. Dit duidt op een directe ingreep van de bezetter in de lokale voedseldistributie. Specifiek wordt de Fokker-fabriek genoemd, die 6.000 kg ontvangt; dit was een bedrijf dat essentieel was voor de Duitse oorlogsindustrie (Kriegswichtig). De lijst onderaan het document geeft een overzicht van de wekelijkse hoeveelheden vis die in de voorafgaande maanden blijkbaar al op soortgelijke wijze zijn gedistribueerd. In 1942 was de voedselvoorziening in bezet Nederland reeds strak gerantsoeneerd. De Duitse bezetter gebruikte extra voedseltoewijzingen dikwijls als instrument om de productie in strategische sectoren te waarborgen en sociale onrust onder arbeiders te voorkomen.
De "Weth. Lu." uit de aanhef is vrijwel zeker wethouder De Lugt, die tijdens de oorlogsjaren in Amsterdam verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening en distributie. De passage waarin wordt benadrukt dat de gemeente gepasseerd wordt, is typerend voor de wijze waarop de Duitse autoriteiten (het Reichskommissariat) de autonomie van Nederlandse gemeentebesturen ondermijnden wanneer dit hun belangen diende. Het feit dat er duizenden kilo's paling beschikbaar werden gesteld voor fabriekspersoneel, terwijl de algemene bevolking kampte met tekorten, onderstreept de geprivilegieerde positie van de oorlogsindustrie.