Archiefdocument
Origineel
16 september 1942 [Linkermarge:]
verstrekking
ger. aal
aan
gem. bedrijven
[Hoofdtekst:]
A’dam, 16/9 1942
W. v. M.
[In rood potlood:] 46A/4/67
Onder toezending van
het met Uw kaartbrief dd.
9 dezer om advies ontvangen
stuk No 767 L.M. 1942 heb ik
de eer U, onder verwijzing
naar mijn brieven dd.
25 Aug. jl. (No 46 A/4/53 M) en 1
Sept. jl. (No 46 A/4/61 M) te be-
richten, dat de voorziening ~~mijn diensten met~~ van
gerookte aal aan de zgn. “Rüstungs-
bedrijven” ~~totaal~~ geenerlei be-
moeiing heeft.
Deze aangelegenheid is be-
handeld door de N.V.C. te
s’ Gravenhage.
[Ondertekening:]
D.W. [onleesbaar] Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een specifieke adviesaanvraag wordt afgehandeld. De auteur reageert op een verzoek van "W. v. M." (mogelijk een wethouder of afdelingshoofd) betreffende de levering van gerookte aal.
De kern van de brief is een afbakening van bevoegdheden: de schrijver stelt expliciet dat zijn dienst geen bemoeienis heeft met de levering van vis aan bedrijven die voor de Duitse oorlogsindustrie werken. Hij verwijst hiervoor naar de centrale instantie in Den Haag (de N.V.C.). De doorhalingen in de tekst ("mijn diensten met" en "totaal") suggereren dat de schrijver de formulering ter plekke heeft aangescherpt om juridische of administratieve onduidelijkheid over verantwoordelijkheid te voorkomen. Het document dateert uit het midden van de Duitse bezetting van Nederland. De term "Rüstungsbedrijven" (bewapeningsindustrie) is hierbij cruciaal. Bedrijven met deze status werkten direct voor de Wehrmacht en kregen vaak speciale privileges of extra voedseltoewijzingen (Zusatzverpflegung) voor hun personeel om de productie op peil te houden.
Gerookte aal was in 1942 een schaars en kostbaar product. De verdeling hiervan was streng gereguleerd. De "N.V.C." in de tekst verwijst naar de Nederlandsche Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de centrale organisatie die tijdens de bezetting de distributie van alle levensmiddelen controleerde. Het document illustreert de complexe bureaucratische processen die gepaard gingen met de distributie van schaarse goederen onder het regime van de bezetter.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een specifieke adviesaanvraag wordt afgehandeld. De auteur reageert op een verzoek van "W. v. M." (mogelijk een wethouder of afdelingshoofd) betreffende de levering van gerookte aal.
De kern van de brief is een afbakening van bevoegdheden: de schrijver stelt expliciet dat zijn dienst geen bemoeienis heeft met de levering van vis aan bedrijven die voor de Duitse oorlogsindustrie werken. Hij verwijst hiervoor naar de centrale instantie in Den Haag (de N.V.C.). De doorhalingen in de tekst ("mijn diensten met" en "totaal") suggereren dat de schrijver de formulering ter plekke heeft aangescherpt om juridische of administratieve onduidelijkheid over verantwoordelijkheid te voorkomen.
Historische Context
Het document dateert uit het midden van de Duitse bezetting van Nederland. De term "Rüstungsbedrijven" (bewapeningsindustrie) is hierbij cruciaal. Bedrijven met deze status werkten direct voor de Wehrmacht en kregen vaak speciale privileges of extra voedseltoewijzingen (Zusatzverpflegung) voor hun personeel om de productie op peil te houden.
Gerookte aal was in 1942 een schaars en kostbaar product. De verdeling hiervan was streng gereguleerd. De "N.V.C." in de tekst verwijst naar de Nederlandsche Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de centrale organisatie die tijdens de bezetting de distributie van alle levensmiddelen controleerde. Het document illustreert de complexe bureaucratische processen die gepaard gingen met de distributie van schaarse goederen onder het regime van de bezetter.