Getypte ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag). 2 oktober 1942. De Directeur (naam niet vermeld). [Handgeschreven tekst bovenaan:]
Verzonden 2/10 [onleesbaar]
[Getypte tekst:]
VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46A/4/72 M. 3. 2 October 1942.
Voor de goede orde heb ik de eer U in bijlage dezes afschrif-
ten over te leggen van brieven der Nederlandsche Visscherijcentrale
d.d. 8 en 17 September j.l., waaruit blijkt, dat van groothandelaren,
die visch op den afslag aanvoeren, niet meer dan 2 % afslaggeld mag
worden geheven. Aanvoer door visschers rechtstreeks komt bij ons niet
voor.
Ik geef U in overweging van een en ander ook Uw Ambtgenoot
voor de Financiën in kennis te stellen.
De Directeur, In deze korte ambtelijke brief informeert een directeur de lokale wethouder voor Levensmiddelen over nieuwe richtlijnen met betrekking tot het ‘afslaggeld’ (de commissie of vergoeding die betaald wordt bij de visafslag). De richtlijn is afkomstig van de Nederlandsche Visscherijcentrale en stelt een maximum van 2% vast voor vis die door groothandelaren wordt aangevoerd.
De directeur merkt op dat directe aanvoer door vissers zelf in deze specifieke gemeente of haven niet voorkomt. Omdat de verlaging of maximering van dit percentage invloed heeft op de gemeentelijke inkomsten, wordt geadviseerd om ook de wethouder van Financiën te informeren. De toon is zakelijk en volgt het destijds gebruikelijke protocol ("heb ik de eer U..."). Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de gehele voedselvoorziening onder streng toezicht van de bezetter en de daarmee samenwerkende Nederlandse instanties.
De Nederlandsche Visscherijcentrale was een zogenaamd Publiekrechtelijk Bedrijfsorgaan (PBO) dat door de bezetter was ingericht om de visserijsector strak te reguleren. Dergelijke prijs- en margevoorschriften waren bedoeld om de distributieketen te beheersen, woekerwinsten tegen te gaan en de voedselstroom (die vaak ten dele naar Duitsland ging) controleerbaar te houden. De term "Alhier" duidt erop dat de brief binnen een gemeentelijke organisatie is verstuurd, waarbij zowel de afzender als de ontvanger in hetzelfde pand of dezelfde stad werkzaam waren.
Samenvatting
In deze korte ambtelijke brief informeert een directeur de lokale wethouder voor Levensmiddelen over nieuwe richtlijnen met betrekking tot het ‘afslaggeld’ (de commissie of vergoeding die betaald wordt bij de visafslag). De richtlijn is afkomstig van de Nederlandsche Visscherijcentrale en stelt een maximum van 2% vast voor vis die door groothandelaren wordt aangevoerd.
De directeur merkt op dat directe aanvoer door vissers zelf in deze specifieke gemeente of haven niet voorkomt. Omdat de verlaging of maximering van dit percentage invloed heeft op de gemeentelijke inkomsten, wordt geadviseerd om ook de wethouder van Financiën te informeren. De toon is zakelijk en volgt het destijds gebruikelijke protocol ("heb ik de eer U...").
Historische Context
Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de gehele voedselvoorziening onder streng toezicht van de bezetter en de daarmee samenwerkende Nederlandse instanties.
De Nederlandsche Visscherijcentrale was een zogenaamd Publiekrechtelijk Bedrijfsorgaan (PBO) dat door de bezetter was ingericht om de visserijsector strak te reguleren. Dergelijke prijs- en margevoorschriften waren bedoeld om de distributieketen te beheersen, woekerwinsten tegen te gaan en de voedselstroom (die vaak ten dele naar Duitsland ging) controleerbaar te houden. De term "Alhier" duidt erop dat de brief binnen een gemeentelijke organisatie is verstuurd, waarbij zowel de afzender als de ontvanger in hetzelfde pand of dezelfde stad werkzaam waren.