Handgeschreven ambtelijke correspondentie / brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke correspondentie / brief. 1 oktober 1942. A’dam, 1/10 1942
W. v. M. 46 9/y/72
Voor de goede orde heb
ik de eer U in bijlage dezes
afschriften over te leggen van
brieven der N.V.C. dd. 3 – 17
Sept. jl. , waaruit blijkt, dat
van groothandelaren, die visch
op den afslag aanvoeren, niet
meer dan 2% afslaggeld mag
worden geheven. Aanvoer door
visschers rechtstreeks komt bij ons
niet voor.
Ik geef U in overweging
van een en ander ook uw
ambtgenoot voor de Financiën
in kennis te stellen.
AA
a * Inhoud: De schrijver informeert de geadresseerde over nieuwe regels betreffende de visafslag. Er wordt verwezen naar correspondentie van de N.V.C. (waarschijnlijk de Nederlandsche Visscherij Centrale), waarin is vastgelegd dat groothandelaren maximaal 2% afslaggeld verschuldigd zijn.
* Specifieke observatie: De schrijver merkt op dat directe aanvoer door vissers (zonder tussenkomst van groothandelaren) op die specifieke locatie niet voorkomt.
* Advies: Er wordt geadviseerd om ook de ambtgenoot van Financiën te informeren, wat duidt op de fiscale of budgettaire impact van deze regeling.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U", "in bijlage dezes", "in overweging geven"). Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). In deze periode was de economie strak gereguleerd door middel van distributie, prijsbeheersing en centrale organen zoals de N.V.C. De vissector was een cruciale voedselbron, en de bezetter probeerde via dergelijke centrale organen grip te houden op de geldstromen en de voedselvoorziening. Het beperken van de afslaggelden tot 2% diende waarschijnlijk om de prijzen voor de consument te beheersen of om de winstmarges binnen de distributieketen te herverdelen. De suggestie om de minister van Financiën te betrekken, wijst op de bureaucratische verwevenheid van marktregulering en belastingheffing in oorlogstijd.
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver informeert de geadresseerde over nieuwe regels betreffende de visafslag. Er wordt verwezen naar correspondentie van de N.V.C. (waarschijnlijk de Nederlandsche Visscherij Centrale), waarin is vastgelegd dat groothandelaren maximaal 2% afslaggeld verschuldigd zijn.
- Specifieke observatie: De schrijver merkt op dat directe aanvoer door vissers (zonder tussenkomst van groothandelaren) op die specifieke locatie niet voorkomt.
- Advies: Er wordt geadviseerd om ook de ambtgenoot van Financiën te informeren, wat duidt op de fiscale of budgettaire impact van deze regeling.
- Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U", "in bijlage dezes", "in overweging geven").
Historische Context
Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). In deze periode was de economie strak gereguleerd door middel van distributie, prijsbeheersing en centrale organen zoals de N.V.C. De vissector was een cruciale voedselbron, en de bezetter probeerde via dergelijke centrale organen grip te houden op de geldstromen en de voedselvoorziening. Het beperken van de afslaggelden tot 2% diende waarschijnlijk om de prijzen voor de consument te beheersen of om de winstmarges binnen de distributieketen te herverdelen. De suggestie om de minister van Financiën te betrekken, wijst op de bureaucratische verwevenheid van marktregulering en belastingheffing in oorlogstijd.