Handgeschreven memo of correspondentie-notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of correspondentie-notitie. C. Koning. [Bovenaan, paarse stempels en cijfers]
Nº 46ª / 7 / 83ª M. 1942 23 / 10
[Hoofdtekst]
WelE Heer
Hiermede maak ik U
nogmaals attent op mijn
laatste schrijven over de nakoming
van de Geen Toewijzing van de
Volendammers. Hierin heb ik
vermeld dat de Heeren 11/1 1908
L.C. Tuijp 25/4 1908 en L.A. Tuijp: Piet Hein
en Tijmen Mooijer: uitgeschakeld
moesten worden van de toewijzing
in Amsterdam omdat deze
personen buiten de Hallenventen
Verders vele groeten.
23/10 1919 C. Koning
[Aantekening onderaan in paarse inkt]
afgegeven M. Stam
21/10 1942 De brief is een herinnering (attendering) betreffende de handhaving van een eerder besluit om specifieke Volendammers uit te sluiten van "toewijzing" in Amsterdam. De afzender, C. Koning, voert aan dat personen zoals de heren Tuijp en Mooijer "uitgeschakeld" moeten worden omdat zij buiten de categorie van de "Hallenventen" vallen. Met "Hallenventen" wordt gedoeld op marktkooplieden of handelaren die verbonden waren aan de (Centrale) Markthallen in Amsterdam. Het lijkt hier te gaan om een geschil over handelsrechten of standplaatsvergunningen, waarbij de status van de handelaar doorslaggevend was. De genoemde jaartallen (1908) bij de namen refereren vermoedelijk aan geboortedata of eerdere registraties. Het document bevat een interessante gelaagdheid in tijd. De oorspronkelijke tekst stamt uit oktober 1919, vlak na de Eerste Wereldoorlog, een periode waarin de handel en distributie in Amsterdam strak gereguleerd werden om de voedselvoorziening en marktorde te bewaken. De Volendammers stonden bekend om hun ambulante handel in vis.
Opvallend is dat het document in oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting, opnieuw is gearchiveerd of gebruikt ("afgegeven door M. Stam"). Tijdens de oorlogsjaren werden oude dossiers vaak geraadpleegd om de rechtmatigheid van handelsvergunningen te toetsen of om personen te controleren die niet voldeden aan de nieuwe, door de bezetter opgelegde regels voor handel en distributie. De term "uitgeschakeld worden" krijgt in de context van 1942 een extra zware lading, ook al dateert de oorspronkelijke tekst van veel eerder. C. Koning L.A. Tuijp L.C. Tuijp M. Stam
Samenvatting
De brief is een herinnering (attendering) betreffende de handhaving van een eerder besluit om specifieke Volendammers uit te sluiten van "toewijzing" in Amsterdam. De afzender, C. Koning, voert aan dat personen zoals de heren Tuijp en Mooijer "uitgeschakeld" moeten worden omdat zij buiten de categorie van de "Hallenventen" vallen. Met "Hallenventen" wordt gedoeld op marktkooplieden of handelaren die verbonden waren aan de (Centrale) Markthallen in Amsterdam. Het lijkt hier te gaan om een geschil over handelsrechten of standplaatsvergunningen, waarbij de status van de handelaar doorslaggevend was. De genoemde jaartallen (1908) bij de namen refereren vermoedelijk aan geboortedata of eerdere registraties.
Historische Context
Het document bevat een interessante gelaagdheid in tijd. De oorspronkelijke tekst stamt uit oktober 1919, vlak na de Eerste Wereldoorlog, een periode waarin de handel en distributie in Amsterdam strak gereguleerd werden om de voedselvoorziening en marktorde te bewaken. De Volendammers stonden bekend om hun ambulante handel in vis.
Opvallend is dat het document in oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting, opnieuw is gearchiveerd of gebruikt ("afgegeven door M. Stam"). Tijdens de oorlogsjaren werden oude dossiers vaak geraadpleegd om de rechtmatigheid van handelsvergunningen te toetsen of om personen te controleren die niet voldeden aan de nieuwe, door de bezetter opgelegde regels voor handel en distributie. De term "uitgeschakeld worden" krijgt in de context van 1942 een extra zware lading, ook al dateert de oorspronkelijke tekst van veel eerder.