Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 238
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (doorslag of kopie), bladzijde 2.

23 april 1942. Van: De Directeur van het Marktwezen. Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.

Origineel

Brief (doorslag of kopie), bladzijde 2. 23 april 1942. De Directeur van het Marktwezen. De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No.46A/4A/1 M. d.d. 23 April 1942 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.

      De opvattingen van den heer Balk ten deze lijken mij

geheel onjuist. Het is verder naar mijn meening aan twijfel
onderhevig in hoeverre de Landstand gemachtigd is om op te treden
op terreinen, die liggen buiten die van de eigenlijke "productie".
Ik moge U beleefd verzoeken, ter bepaling van mijn
houding, mij terzake nader te instrueeren.

                                    De Directeur, *   **Toon:** De brief is formeel en ambtelijk van aard. Er is sprake van een duidelijke hiërarchische verhouding ("Ik moge U beleefd verzoeken... mij terzake nader te instrueeren").
  • Inhoud: De kern van het geschil op deze pagina betreft een jurisdictiekwestie. De Directeur van het Marktwezen zet vraagtekens bij de bevoegdheden van de 'Landstand'. Hij stelt dat deze organisatie zich enkel met de "eigenlijke productie" zou moeten bezighouden en niet met zaken die daarbuiten vallen (vermoedelijk de handel of distributie waar het Marktwezen over gaat).
  • Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (zoals "den", "meening", "instrueeren"). * Historische periode: April 1942 valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • De Landstand: De Nederlandsche Landstand was een in 1941 door de Duitse bezetter opgerichte organisatie waarbij alle boeren en tuinders zich verplicht moesten aansluiten. Het was een nationaalsocialistisch instituut dat bedoeld was om de volledige agrarische sector onder controle te krijgen.
  • Conflicten: Dit document illustreert de spanningen tussen de reguliere gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) en de door de bezetter in het leven geroepen nieuwe instanties zoals de Landstand. Er was vaak onduidelijkheid of onenigheid over waar de productie ophield en waar de gereguleerde distributie/verkoop begon.
  • Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale taak in oorlogstijd vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Elke verstoring van de bevoegdheden kon directe gevolgen hebben voor de voedselvoorziening in de stad.

Samenvatting

  • Toon: De brief is formeel en ambtelijk van aard. Er is sprake van een duidelijke hiërarchische verhouding ("Ik moge U beleefd verzoeken... mij terzake nader te instrueeren").
  • Inhoud: De kern van het geschil op deze pagina betreft een jurisdictiekwestie. De Directeur van het Marktwezen zet vraagtekens bij de bevoegdheden van de 'Landstand'. Hij stelt dat deze organisatie zich enkel met de "eigenlijke productie" zou moeten bezighouden en niet met zaken die daarbuiten vallen (vermoedelijk de handel of distributie waar het Marktwezen over gaat).
  • Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (zoals "den", "meening", "instrueeren").

Historische Context

  • Historische periode: April 1942 valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • De Landstand: De Nederlandsche Landstand was een in 1941 door de Duitse bezetter opgerichte organisatie waarbij alle boeren en tuinders zich verplicht moesten aansluiten. Het was een nationaalsocialistisch instituut dat bedoeld was om de volledige agrarische sector onder controle te krijgen.
  • Conflicten: Dit document illustreert de spanningen tussen de reguliere gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) en de door de bezetter in het leven geroepen nieuwe instanties zoals de Landstand. Er was vaak onduidelijkheid of onenigheid over waar de productie ophield en waar de gereguleerde distributie/verkoop begon.
  • Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale taak in oorlogstijd vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Elke verstoring van de bevoegdheden kon directe gevolgen hebben voor de voedselvoorziening in de stad.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A.Th.Waalberg, Kinkerstr. 60/62 Waterlooplein kooper winkelier
A.Th.Waalberg, Kinkerstr.60/62 Waterlooplein kooper winkelier
B. Soort Waterlooplein ongeknipt
B. Soort Waterlooplein ƒ 0,11 p.kg
B extra Waterlooplein ƒ 0,15 p.kg
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Brasem (blei), meun, sneep en winde boven ½ kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
C.Mooijer & Zonen
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
Gebr.Böhne
Gebr.Smit
Gestripte kabeljauw Waterlooplein 0,65
M. Sicma Waterlooplein 0,75
M. Sicma Waterlooplein 0,40
M. Sicma Waterlooplein 0,55
Gestripte wijting Waterlooplein 0,65
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6