Afschrift van een officiële brief (typewerk met stempels en handgeschreven aantekeningen).
Origineel
Afschrift van een officiële brief (typewerk met stempels en handgeschreven aantekeningen). 6 februari 1942. No 100/2a A.Z. 194~~1~~2. [handgeschreven correctie]
Nº 1058 L.M. 1941 11/2 42 Afschrift.
Marktw. [handgeschreven]
DER BEFEHLSHABER
der Sicherheitspolizei und des SD
für die Besetzten niederländischen Gebiete
Zentralstelle für jüdische Auswanderung
Nº 46A/5/5 M. 1942 13/2 [paars stempel]
Amsterdam, den 6. Februar 1942
Euterpestraat 99
Fernruf: 97001
An den
Herrn Bürgermeister der Stadt Amsterdam Voute
A m s t e r d a m.
Betrifft: Arisierung des Fischmarktes.
Vorgang: Dortiges Schreiben Nr. 1058 L.M. 1941 vom 6.1.1942, gerichtet an Herrn Senator Dr. Böhmcker.
Die Zentralstelle für jüdische Auswanderung teilt Ihnen hierdurch mit, dass es nicht erwünscht ist, eine Spezialabteilung für Juden innerhalb des Fischmarktes zu errichten. Sollte es aus ernährungswirtschaftlichen Gründen erforderlich sein, spezielle Einzelhandelsgeschäfte dieser Art in den bestehenden Judenvierteln zu errichten, so kann diesem gegebenenfalls stattgegeben werden.
gez. L a g e s.
Voor eensluidend afschrift,
de Gemeentesecretaris.
[Handgeschreven handtekening: J.F. Franke(?)]
Origineel aan Weth. L.M.
t.v.b. gezonden: 11-2-'4~~1~~2. [gecorrigeerd jaartal] Dit document is een ambtelijke afwijzing van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (onderdeel van de Duitse politie- en inlichtingendienst SD) aan de collaborerende burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. Het kernpunt is de weigering om een speciale afdeling voor Joodse burgers in te richten op de reguliere vismarkt.
De Duitse bezetter stelt hier expliciet dat segregatie de norm is: Joden horen niet thuis op de algemene markt, zelfs niet in een apart gedeelte. Als er behoefte is aan de verkoop van vis aan Joden, dan moet dit gebeuren via specifieke detailhandelszaken binnen de aangewezen "Judenviertel" (Joodse wijken).
Het document getuigt van de bureaucratische koudbloedigheid waarmee de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven (de 'Arisering') werd doorgevoerd. De ondertekening "gez. Lages" verwijst naar Willy Lages, het beruchte hoofd van de SD in Amsterdam. In februari 1942 was de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam in een vergevorderd stadium. De Zentralstelle für jüdische Auswanderung, gevestigd aan de beruchte Euterpestraat (tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat), hield zich in theorie bezig met emigratie, maar organiseerde in de praktijk de beroving en deportatie van Joden.
De term "Arisering" hield in dat Joden uit alle economische sectoren werden verdreven en dat hun bezit werd geconfisqueerd of overgedragen aan niet-Joden. De vismarkt was een belangrijke plek van handel in Amsterdam. Door Joden de toegang tot dergelijke openbare voorzieningen te ontzeggen en hen te dwingen enkel nog in eigen wijken inkopen te doen, werd de fysieke en sociale isolatie die voorafging aan de grootschalige deportaties versterkt.
Senator Dr. Hans Böhmcker, die in de tekst wordt genoemd, was de Beauftragte (gevolmachtigde) van Rijkscommissaris Seyss-Inquart voor de stad Amsterdam en speelde een sleutelrol bij de instelling van de Joodse Raad en de gettovorming.