Handgeschreven brief (bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift). 27 december 1941. J.R.A.H. Sporre-Nipper, Bosch en Lommerweg 112, Amsterdam (W). Onbekend (geadresseerd als "Mijnheer"), vermoedelijk een ambtenaar bij de Visserijcentrale of het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening. [Linksboven, onderstreept:] Inschrijven
[Midden boven, onderstreept:] weer 40 KG.
A’dam 27-12-’41 [Rechts:] Mijnheer
Naar aanleiding ondergeteekende, tot op heden een dubbele toewijzing heeft
ontvangen, maar nu is terug gebracht op 40 kilo, een voor hem onverklaarbare
maatregel aangezien hij overtuigd is recht te hebben op een dubbele toewijzing.
Ten eerste daar zijn zaak geheel gebaseerd is op deze toewijzing, omdat hij
van zijn grossiers in het geheel niets ontvangt, ten tweede door zijn groote
omzet voor den oorlog van snoekbaars (vers en gebakken), van welke gegevens
U zeker op de hoogte zult zijn, aangaande de mededeelingen dienaangaande
aan de visserij centrale.
Hopende dat U zult inzien dat deze maatregel op een vergissing berust, in
afwachting
[Rechtsonder:]
Hoogachtend
J.R.A.H. Sporre-Nipper
Bosch en Lommerweg 112
A’dam (W)
[Stempel onderaan:]
Nº 46A / 7/1 M. 1942 * Kernboodschap: De afzender, waarschijnlijk een vishandelaar of restauranthouder uit Amsterdam-West, protesteert tegen de verlaging van zijn vis-toewijzing (snoekbaars) van een dubbele portie naar de standaard 40 kilo.
* Argumentatie:
1. De onderneming is volledig afhankelijk van de centrale toewijzing omdat reguliere groothandels (grossiers) niets meer leveren.
2. De historische omzet van vóór de oorlog rechtvaardigt volgens de afzender een hogere toewijzing. Er wordt verwezen naar eerdere gegevens die bij de "visserij centrale" bekend zouden moeten zijn.
* Toon: Formeel, dringend doch beleefd. De term "onverklaarbare maatregel" en de hoop dat de instantie een "vergissing" inziet, duiden op frustratie over de bureaucratische besluitvorming tijdens de bezetting.
* Product: Het betreft specifiek snoekbaars, zowel vers als gebakken verkocht. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (december 1941). In deze tijd was er sprake van een strikt distributiesysteem. Schaarse goederen, waaronder vis, werden centraal gereguleerd door overheidsinstanties zoals de Visserijcentrale (onderdeel van de Rijksbureaus).
Ondernemers waren voor hun voortbestaan volledig afhankelijk van deze toewijzingen (quota), aangezien de vrije markt nagenoeg was stilgevallen en grossiers vaak lege handen hadden. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen die via officiële weg probeerden hun recht op grondstoffen of koopwaar aan te tonen op basis van hun vooroorlogse bedrijfsomvang. Het stempel uit 1942 suggereert dat de brief in het nieuwe kalenderjaar administratief is verwerkt of gearchiveerd. J.R.A.H. Sporre Rijksbureau