Handgeschreven brief (bezwaarschrift) met administratieve kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift) met administratieve kanttekeningen. 6 januari 1942 (met referentie naar een brief van 9 december 1941). J.J. Haagedoorn, Van Hogedorpsstraat 67 II, Amsterdam. Een niet nader genoemde Commissie (vermoedelijk de Distributiedienst of een Rijksbureau belast met de visvoorziening). [Linksboven, diagonaal geschreven:] Inschrijven
[Bovenaan:] Van Brief nummer 46A/151/2 m. 9 December 1941
Amsterdam 6 Januari 1942
Geachte Heeren:
Naar aanleiding Uw brief van
9 December waarin U mijn
Verzoek om meer vis ten mosselen
te kunnen krijgen heeft afgewezen
Verzoek ik Uw Commissie beleefd
dit Verzoek te willen herzien
zulks met het oog dat ik venter
ben en ook een winkel heb welke
door mijn vrouw wordt gedreven
Hopende dat Uw Commissie aan
mijn Verzoek wilt voldoen
Verblijf ik J J Haagedoorn
Van Hogedorpsstraat 67^II
Winkel Van Limburgstirumstraat 3
Amsterdam (West)
[Onderaan, handgeschreven in ander handschrift:]
Heeft sedert zes weken een winkel
Afwijzen [onderstreept]
[Onderaan, gestempeld/geschreven kenmerken:]
Nº 46A/8/1 M. 1942 9/1
[In rood potlood:] 46A/8/2 De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse visverkoper, J.J. Haagedoorn, om een eerdere beslissing te herzien. De schrijver hanteert een beleefde toon ("Geachte Heeren", "beleefd verzoeken"). Zijn argumentatie is gebaseerd op zijn dubbele hoedanigheid in de vissector: hij is zowel "venter" (straathandelaar) als winkelier (waar zijn vrouw de zaak voert). Hij voert dit aan om aan te tonen dat zijn huidige toewijzing van vis en mosselen onvoldoende is voor beide verkoopkanalen.
De administratieve verwerking onderaan de brief is kort en bondig. Hoewel er wordt opgemerkt dat hij inderdaad sinds zes weken een winkel heeft, wordt het verzoek desondanks gepareerd met de krachtige term "Afwijzen". De diverse nummers (zoals 46A/8/1) wijzen op een strikte bureaucratische ordening van de correspondentie. Het document dateert van januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een toenemende schaarste en stond de handel onder strikt toezicht van de distributieautoriteiten. Voedselbonnen en toewijzingen (contingenten) bepaalden hoeveel een handelaar mocht inkopen en verkopen.
De Van Hogedorpsstraat en de Van Limburg Stirumstraat liggen in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Dat de briefschrijver aangeeft dat de winkel door zijn vrouw wordt gedreven, was in die tijd gebruikelijk bij kleine zelfstandigen, waarbij de man vaak de straathandel of de inkoop op de visafslag verzorgde. De afwijzing van zijn verzoek past in het beeld van de krimpende voedselvoorraden en de strenge regulering door de bezetter en de Nederlandse departementen om de distributie beheersbaar te houden.