Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 13 januari 1942. De Directeur (van de Visscherijcentrale). [Handgeschreven bovenin:] Verzonden 14/1
[Rechtsboven:] HG.
den Heer P.D. Stoeltie,
Westerstraat 111a II,
Amsterdam-Centrum.
46A/8/12 M. [links]
13 Januari 1942. [rechts]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 dezer deel ik U mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherijcentrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen.
De Directeur, Dit document is een formele afwijzingsbrief opgesteld op 13 januari 1942 en verzonden op 14 januari. De inhoud is kort en bureaucratisch van toon. De heer P.D. Stoeltie had op 8 januari een verzoek ingediend, dat vervolgens door een commissie van de "Visscherijcentrale" is beoordeeld en afgewezen. De specifieke aard van het verzoek wordt in deze brief niet vermeld, maar het betreft een negatief besluit zonder verdere motivatie of uitleg over een bezwaarprocedure. Het gebruik van "d.d. 8 dezer" (dato deze maand) was destijds gangbaar zakelijk taalgebruik. De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Visscherijcentrale was in deze periode een belangrijk orgaan dat toezicht hield op de visserijsector, die strikt gereguleerd was vanwege de oorlogsomstandigheden, schaarste en distributie. Verzoeken aan dergelijke instanties gingen vaak over vergunningen, toewijzingen van brandstof of materialen, of ontheffingen voor de handel in vis. De geadresseerde woonde in de Westerstraat in de Jordaan (Amsterdam), een wijk die tijdens de oorlog zwaar getroffen werd door armoede en schaarste. De brief illustreert de strakke administratieve controle over de voedselvoorziening en economische activiteit in bezet Nederland. P.D. Stoeltie
Samenvatting
Dit document is een formele afwijzingsbrief opgesteld op 13 januari 1942 en verzonden op 14 januari. De inhoud is kort en bureaucratisch van toon. De heer P.D. Stoeltie had op 8 januari een verzoek ingediend, dat vervolgens door een commissie van de "Visscherijcentrale" is beoordeeld en afgewezen. De specifieke aard van het verzoek wordt in deze brief niet vermeld, maar het betreft een negatief besluit zonder verdere motivatie of uitleg over een bezwaarprocedure. Het gebruik van "d.d. 8 dezer" (dato deze maand) was destijds gangbaar zakelijk taalgebruik.
Historische Context
De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Visscherijcentrale was in deze periode een belangrijk orgaan dat toezicht hield op de visserijsector, die strikt gereguleerd was vanwege de oorlogsomstandigheden, schaarste en distributie. Verzoeken aan dergelijke instanties gingen vaak over vergunningen, toewijzingen van brandstof of materialen, of ontheffingen voor de handel in vis. De geadresseerde woonde in de Westerstraat in de Jordaan (Amsterdam), een wijk die tijdens de oorlog zwaar getroffen werd door armoede en schaarste. De brief illustreert de strakke administratieve controle over de voedselvoorziening en economische activiteit in bezet Nederland.